Zelfgeschreven Anubis Verhalen

Hoofdstuk 11: Een deel van de waarheid

De volgende dag, wanneer Sterre weer op school was, ging Sterre gelijk door naar het musicallokaal. Ze wilde aan Camila gaan vertellen dat ze niet wilde gaan zingen op het valentijnsbal. Maar in het lokaal trof ze iemand anders aan. Het waren Hubertus en de bibliotheekdame Wietteke. Ze waren iets aan het overleggen. Sterre verstopte zich gauw achter de deur, Af en toe gluurde ze eventjes naar binnen.
"Dit lokaal is die avond dan verboden toegang. Als de portalen geopend zijn, zal er bij het ritueel ook een piano zijn,” zei Hubertus terwijl hij naar de piano in dit lokaal wees.
“Maar het moet wel in de midden van de steencirkel staan. En daan gaan wij rondom die piano staan,” zei Wietteke.
Sterre schrok. Pim had ongelijk over dat het ritueel in de gymzaal zal worden uitgevoerd. Het was in de musicallokaal. Eigenlijk was het ook niet echt in het musicallokaal. De portalen gaan in dit lokaal open en van daaruit gingen de donkere druiden naar het plek van het ritueel. Niet alleen Hubertus was een donkere druide, maar de bibliotheekdame Wietteke ook. Sterre keek weer voorzichtig naar binnen. Ze zag dat ze aanstalten maakten om het lokaal weer te verlaten. Wanneer Sterre het gezicht van Hubertus zag, zag ze het beeld voor zich dat Hubertus haar meetrok naar de geheime kamer. Ze probeerde zich los te rukken, maar daardoor viel haar handschoen op de grond. Ze werd door Hubertus het kamertje ingeduwd en de deur werd op slot gedaan.
Opeens was ze weer terug achter de deur van het musicallokaal. Ze zag dat Hubertus en Wietteke naar buiten wilden gaan. Snel ging ze op een veilige afstand van het lokaal staan. De tweetal gingen het lokaal uit Hubertus liep richting zijn kantoor en Wietteke richting de bibliotheek van de school.
Sterre wilde Pim gaan zoeken. Ze wilde hem gaan vertellen wat ze net had gezien en gehoord en wat ze opeens zag toen ze het gezicht van Hubertus zag.
Pim stond bij de kluisjes. Hij spoot net weer een heleboel deodorant op zichzelf Sterre liep naar hem toe.
“Is jouw alarm weer eens afgegaan?” vroeg Sterre. Ze wist even niet wat ze moest zeggen om een gesprek te beginnen.
“Ja, het is wel erg vervelend dat ik het steeds moet doen.”
“Ik heb net weer wat ontdekt.” Sterre keek rond of het veilig genoeg was om het te vertellen. De meeste leerlingen bij de kluisjes zaten in een geprek. Ze zouden dan vast geen aandacht schenken aan wat ze nu ging zeggen. “Ik wilde Camila gaan zoeken in het musicallokaal. Maar daar trof ik Hubertus en Wietteke aan. Ze waren iets aan het overleggen. Ze zeiden dat als de portalen in dat lokaal geopend zijn, zal er ook een piano bij het ritueel zijn. Ze zeiden ook dat de piano in het midden van de steencirkel moest staan zodat zij rondom die piano kunnen gaan staan.”
“Dus ik had ongelijk over dat het ritueel in de gymzaal zal gaan plaatsvinden. Het zou eigenlijk ook wel raar zijn als het daar zou zijn. Zo veel mensen. Daar kunnen ze vast geen ritueel laten plaatsvinden,” zei Pim.
“Ik weet nu ook hoe mijn handschoentje op de grond vlakbij de boekenkast kwam,” zei Sterre.
Ze vertelde dat ze weer weet wat er was gebeurd gisteren. Ze hoorde Hubertus met een man telefoneren. Die man heette Kai. Hubertus zei dat op 14 februari alles klaar zou staan en dat niemand hen zal komen storen. Toen Hubertus naar de deur liep zag hij dat Sterre verstopt zat onder de bureau. Daarna pakte hij haar hand en trok haar mee naar de geheime kamer. Haar handschoen viel op de grond voordat ze de kamer in werd geduwd op de grond. Hubertus had het blijkbaar niet gezien. Daarna werd de deur op slot gedaan.
“Maar hoe kwam je dan weer in het huis terecht?’ vroeg Pim die de hele tijd had geluisterd.
“Ik weet het niet. Ik was in dat kamertje in slaap gevallen door een soort gas. Misschien was een deel wat Arlene tegen mij zei waar. Misschien was ik echt door Hubertus naar huis gebracht.:
“Arlene had dus eerst tegen je gelogen. Misschien hoort zij ook bij de donkere druïden.”
“Maar het kan toch ook zijn dat Hubertus tegen haar had gelogen? Ze wist misschien niet beter en had dat tegen mij verteld.” Sterre kon zich niet voorstellen dat de lieve Arlene misschien ook een donkere druide was.
“Dat kan ook, maar Arlene blijft verdacht. En nu over iets anders dan dat Hubertus of Arlene had gelogen. Het ritueel zal dus plaatsvinden in het musicallokaal. Wat vind je ervan als we een afluisterapparaat in het kantoor van Hubertus plaatsen?”
“Heb je dat dan?” vroeg Sterre verbaasd. Ze wist wel dat Pim veel dingen had om onderzoek te doen, maar het feit dat hij ook een afluisterapparaat had overviel haar.
“Een detective heeft alles in huis,” zei Pim lachend. “Kom we gaan het plaatsen!” Pim wilde net naar het kantoor van Hubertus gaan. Hij negeerde het stemmetje in zijn hoofd dat zei dat hij daardoor de school uit kon vliegen.
Sterre hield hem tegen. “Ben je vergeten dat we nog les hebben nu?”
“Oh ja, helemaal vergeten. Een goede detective kan soms ook wel heel vergeetachtig zijn,” zei Pim.
“Vergeetachtig kan hij zijn, maar hij is wel slim,” zei Sterre lachend. “Kom, we gaan nu naar ons volgende les. We plaatsen dat afluisterapparaat wel tijdens de pauze.”
Op hun rooster staat dat ze nu natuurkunde hadden. Samen liepen ze naar het natuurkunde lokaal.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Hoofdstuk 12: Afluisteren

“We mogen hier niet meer komen. Hubertus zei toch tegen jou dat, als hij een leerling hier betrapt, die leerling er dan uit vloog?” vroeg Sterre.
“Klopt, dat heeft hij gezegd,” antwoordde Pim. “Maar we moeten dat afluisterapparaat hier echt plaatsen. Je wilt Raphael toch ook redden van de donkere druïden?”
“Oké, maar doe het dan snel.” Sterre keek door de ramen van het kantoor. Ze was zenuwachtig. Stel je voor dat ze toch betrapt werden. Hubertus liet hen heus niet letterlijk de school uit vliegen, maar ze worden vast wel van school gestuurd.”
“Zo, die zit goed verstopt,” zei Pim.
“Is het klaar?” vroeg Sterre terwijl ze steeds naar de deur keek. Ze verwachtte steeds de boze stem van Hubertus te horen die zei: “Ik heb jullie al gewaarschuwd. Jullie worden van school gestuurd!”
“Ja, het is klaar. Dit afluisterapparaat is verbonden met mijn mobiel. Mijn mobiel neemt alles op wat er in het kantoor gezegd wordt.”
“Kunnen we dan nu eindelijk weg gaan? Straks komt Hubertus.”
Sterre en Pim gingen de kantoor uit. Ze werden niet betrapt door Hubertus.
“Na elke les kunnen we op mijn mobiel de gesprekken beluisteren.”
“Ja, en dan ook nog hopen dat er wat bruikbaars tussen zit,” zei Sterre. “Dus niet gesprekken met een leraar die bijvoorbeeld wordt ontslagen. Al mag de docent voor wiskunde wel ontslagen worden. We hebben straks een repetitie.” Sterre lachte om haar eigen opmerking.
Opeens ging de bel.
“Jammer, de pauze is voorbij en we hebben nog niet eens gegeten. Dus op naar de wiskunde repetitie,” zei Pim.
Ze liepen snel naar het wiskundelokaal. In de haast zag Sterre niet waar ze liep. Ze botste voor de zoveelste keer tegen Raphael, waardoor hij bijna viel.
“Sorry,” verontschuldigde Sterre zich. Sterre en Raphaal keken elkaar aan. Hun blikken kruisten elkaar.
“Eh, weten jullie misschien welk vak we nu hebben? Ik ben mijn rooster kwijtgeraakt.”
“We hebben nu wiskunde,” antwoordde Pim. “Ik hoop dat je goed geleerd hebt voor de repetitie?”
Met z’n drieën liepen ze naar het lokaal.
Ondanks dat Sterre en Pim de laatste paar dagen zo met het onderzoek voor het ritueel bezig was, ging de repetitie best goed.
Na de les luisterden Sterre en Pim gelijk naar de gesprekken in het kantoor van Hubertus op de mobiel van Pim.
“Een leraar die komt klagen dat hij te weinig geld krijgt. Daar hebben we niet veel aan,” zei Sterre teleurgesteld.
“Hopelijk dat ze na de volgende les meer bruikbare informatie hebben,” zei Pim.
Daarna gingen ze snel naar hun volgende les. Ze hadden Frans. Wanneer de les afgelopen was luisterden ze gelijk weer naar wat opgenomen was. Tevergeefs, deze keer ging het over dat een lerares meer vrije dagen wilde.
Sterre had gehoopt dat ze deze keer zouden weten wie allemaal de donkere druïden waren. Ook aan de volgende gesprekken hadden ze niets.
“Hier kunnen we dus niet veel mee,” zei Sterre, Ze had de hoop om iets bruikbaars te vinden na 3 gesprekken al opgegeven, maar Pim had haar overgehaald om de gesprekken verder te beluisteren. Sterre wilde Raphael graag helpen, maar met naar gesprekken luisteren waar ze niets aan hebben schoten ze ook niet echt op.
“We kunnen maar beter stoppen en dat afluisterapparaat uit het kantoor halen.”
“Sterre, we luisteren straks na schooltijd voor de laatste keer het gesprek. Als we daar niet aan hebben stoppen we, Oké?’ vroeg Pim.
“Goed, maar dat is dan echt wel de laatste.”
Na schooltijd hadden ze eindelijk beet. Het gesprek dat ze deze keer hadden beluisterd ging niet over een leraar dat meer geld of vakantie wil. Deze keer kwam niemand naar Hubertus, maar het was Hubertus die een telefoontje kreeg, een belangrijk telefoontje. Hubertus moest, wanneer de school dicht was, naar een geheime locatie gaan. Iemand moest Hubertus dringend spreken.
“We wachten ook tot de school dicht is. Daarna gaan we hem achtervolgen,” zei Pim.
“Maar wat als we daar dan betrapt worden? Ze zullen ons dan vast niet zomaar laten gaan.”
“Het detectivevak heeft zijn risico’s, maar je hoeft niet mee als je niet wilt. Dan ga ik wel alleen en vertel ik je later wat ik gehoord of gezien heb.”
“Nee, ik ga wel mee.” Sterre wilde niet overkomen als een bangerik. Ze was wel een beetje bang, maar dat liet ze niet merken. “Ik laat je niet alleen gaan. Met z’n tweeën is het veiliger. Als er iets met de ene persoon gebeurd, kan de andere hulp gaan zoeken.”
Pim pakte zijn voicerecorder. “Als de school straks dicht is, zullen Sterre en ik Hubertus gaan achtervolgen. Iemand, waarschijnlijk de donkere druïden wil hem spreken. Verder geen bijzonderheden.”
Sterre en Pim verstopten zich achter een muurtje op het schoolplein waar niemand ze zouden zien. Ze hebben wel goed zicht op de deur van de school. Daar wachten ze op Hubertus.