Zelfgeschreven Anubis Verhalen

Hoofdstuk 13: Zoektocht naar Pim en Sterre

“Anastacia, ik heb gehoord dat Sterre en Pim Hubertus de schoolhoofd willen gaan achtervolgen.” Lexie liep naar Anastacia die net de school wil verlaten.
“Weet je het zeker?” vroeg Anastacia.
“Ja, daarnet, na de laatste les liep ik langs hen en toen hoorde ik dat.”
“Geweldig, als zij Hubertus gaan achtervolgen, dan achtervolgen wij hun.”
“Ja, er is alleen een klein probleempje. Ik weet niet waar ze nu zijn,” zei Lexie. “Dus hoe moeten we hun achtervolgen?”
“Dat moet jij weten. Jij zorgt ervoor dat je ze binnen tien minuten vindt.”
“Eh... misschien moeten we Marcel erbij halen? Hij zegt dat hij een goede detective is. Misschien dat hij Pim en Sterre kan vinden?” vroeg Lexie.
“He, dat is toevallig, hij komt net aanlopen.” Anastacia wees naar Marcel. “Marcel, Lexie wil je iets vertellen.”
‘Ja, ik vertelde net aan Anastacia dat jij een goede detective bent. Kan je Pim en Sterre voor ons vinden?”
“Voor mijn lieve Anastacia doe ik alles,” zei Marcel en hij wilde Anastacia een zoen geven.
“Jij blijft uit mijn buurt,” terwijl ze iets verder van Marcel ging staan. “Maar je gaat Pim en Sterre wel voor mij zoeken.”
Marcel liep rond het schoolplein. Hij zag niet waar hij liep en gleed uit over een bananenschil. “Au!”
“Heb jij je pijn gedaan?” vroeg Lexie bezorgt.
“Een detective doet zich nooit... Ja!” Marcel zag een deel van de tas van Sterre die net niet verstopt zat achter een muurtje. Marcel fluisterde tegen Anastcia en Lexie: “Ik heb ze gevonden. Tenminste, ik heb Heksenmeisje gevonden.” Hij wees naar het muurtje waar hij net de tas van Sterre had gezien.
“Waar?” vroeg Anastacia. Ze keek in de richting dat Marcel aanwees, maar ze zag de tas niet.
“Misschien is ze net weggegaan.” Marcel liep naar het muurtje en zag nog net dat Pim en Sterre de hoek om gingen. “Ze gaan de hoek om!” Marcel rende naar de twee meisjes.
“Ze gaan nu al weg. Anastacia, we moeten ze achtervolgen,” zei Lexie.
Anastacia en Lexie gingen achter Sterre en Pim aan. Marcel liep achter hun.
“Wat ga jij doen?” vroeg Anastcia die zag dat Marcel mee wilde.
‘Lexie zei toch dat we hun gaan achtervolgen?” Marcel legde de nadruk op het woordje “we”.
“Met “we” bedoelde ze zichzelf en mij. Dus ga jij maar terug naar huis.”
“Maar ik heb je geholpen met het vinden van Heksenmeisje en Pimmie!” sputterde Marcel tegen.
‘Ja, door uit te glijden over een bananenschil!”
‘Dat was omdat ik zo in gedachten was over hoe snel ik Pim en Heksenmeisje zal vinden,” loog Marcel.
“Eh, Anastacia,” begon Lexie. “We moeten opschieten als we Pim en Sterre willen gaan achtervolgen. Ze lopen al een heel eind voor.”
‘Ja, we gaan nu, maar zonder Marcel,” zei Anastacia. Ze wilde samen met Lexie achter Pim en Sterre gaan.
“Maar ik ben echt een goede detective. Ik kan ze zelfs vinden als ik mijn ogen dicht doe.”
“Ja, het zal wel. Lexie, we gaan.”
“Echt, zonder mij zullen jullie ze echt niet vinden.”
“Oké, je mag mee als je binnen vijf minuten Sterre en Pim weer zult vinden. Ik denk dat we ze zijn kwijtgeraakt, omdat je steeds bleef zeuren,” zei Anastacia.
Ze liepen samen de hoek om waar Marcel hen voor het laatst gezien had. Ze hadden geluk. Er was maar 1 pad waar ze op konden lopen. Al snel zagen ze Pim en Sterre.
“Ik zei toch dat ik een goede detective ben?”
“Dat is gewoon geluk,” antwoordde Anastacia.
Ze volgden Pim en Sterre op een afstand. Ze konden ook een klein stipje in de verte zien. Dat was waarschijnlijk Hubertus,want Pim en Sterre zouden Hubertus gaan achtervolgen. Een paar keer moesten ze zich verstoppen, omdat Pim steeds achterom keek. Gelukkig werden ze niet betrapt. Zo liepen ze steeds met z’n drieën ver achter het tweetal voor hun die Hubertus, de schoolhoofd, waren aan het achtervolgen.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 Hoofdstuk 14: Chantage

“Sterre, heb je niet het idee dat iemand ons aan het achtervolgen is?”
Sterre en Pim liepen al een tijdje Hubertus. Ze liepen achter hem aan door een bos.
“Ja, eigenlijk wel. Denk je dat het de donkere druïden zijn?” vroeg Sterre angstig.
“Ik weet het niet,” antwoordde Pim.
Ze liepen verder totdat ze bij een modderpoel kwamen. Pim sprong er als eerste over. Daarna hielp hij Sterre, Sterre nam een aanloop en sprong naar de overkant, maar opeens gleed ze bijna uit.
“Pas op!” riep Pim en hij pakte net op tijd Sterre’s hand vast. Hij keek even rond en zag een drietal lopen. “Kijk eens wie we daar hebben.”
Het leek alsof het drietal weet dat Pim hen in de gaten heeft. Ze verstopten zich alle drie achter een boom.
“Het is mevrouw “ik ben in een rijke familie opgegroeid” die samen met Marcel en Lexie ons achtervolgden.” Pim was duidelijk nog steeds boos over die ene keer dat Anastacia tegen hem zei dat hij niet rijk was en dat zijn fantasie daardoor op hol sloeg. “Jullie hoeven je niet te verstoppen. Ik zie jullie wel!” riep hij. Opeens herinnerde hij dat Hubertus hem kon horen. Hij keek naar het stipje in de verte dat steeds kleiner werd. Blijkbaar heeft hij hem niet gehoord.
Anastacia, Marcel en Lexie kwamen achter de bomen vandaan.
“Wat doen jullie hier?” vroeg Pim met een boos gezicht.
“We waren even aan het wandelen door het bos,” loog Marcel.
“Je bedoelt zeker verstoppertje spelen in het bos,” zei Sterre.
“dat verstoppen was echt helemaal niets,” zei Lexie. Toen ze zag dat Sterre en Pim haar niet geloofden zei ze: “Oké, oké, we wilden gewoon eventjes kijken wat jullie twee deden. Jullie deden zo geheimzinnig en gingen achter Hubertus Berkelaar aan. We waren gewoon wat nieuwsgierig. Dat was alles.”
“Wij drieën gaan nu met jullie twee mee om Hubertus te achtervolgen,” zei Anastacia.
‘Dat gaat zomaar niet,” antwoordde Pim.
“Of wil je soms dat ik aan Hubertus vertel dat jullie hem na schooltijd hem achtervolgen?”
Pim zag dat hij er niet onderuit kon komen. “Goed! Maar op 1 voorwaarde: jullie moeten nu ook gaan rennen, want we raken hem bijna kwijt!” Pim wees naar het kleine stipje in de verte dat alsmaar kleiner werd.
Met z’n vijven renden ze achter Hubertus aan. Als Hubertus maar ongeveer 13 meter, wat Pim schatte, van hen vandaan was, gingen ze langzamer lopen.
Na een tijdje zagen ze een smal riviertje. De vijf jongeren zagen van ver hoe Hubertus makkelijk over dat riviertje sprong. Wanneer zij ook bij de rivier aan waren gekomen, sprong Pim als eerste er overheen. Daarna hielp hij Sterre. Maar toen Sterre met haar ene voet de overkant raakte, verloor ze haar evenwicht en viel richting het riviertje.
“Ik heb je vast!” riep Pim. Hij had de arm van Sterre te pakken en trok haar naar boven.
“Dankje,” zei Sterre. “Al de tweede keer dat je mij gered heb vandaag.” Haar benen trilden een beetje van angst. De rivier leek niet diep, maar ze was toch wel een beetje geschrokken.
“Springen jullie er ook maar overheen,” zei Pim tegen de rest.
“Ik ga daar dus absoluut niet overheen springen. Niet nadat ik heb gezien wat er kan gebeuren,” zei Anastacia en ze liep achteruit, weg van het riviertje.
“Je kan het maar beter wel doen als je Raphael wilt helpen. We moeten het schoolhoofd achtervolgen,” zei Sterre.
“Luister eens, Dingetje, ik ga mijn leven dus helemaal niet riskeren om die ene Hubertus te achtervolgen. Ik hoef ook niet over dat riviertje te springen om Raphael te redden.”
“Raphael redden? Je hebt niet aan mij verteld dat je hem wilde gaan redden!” Marcel was smoorverliefd op Anastacia. Daarom wilde hij dus niet dat Anastacia haar leven zou riskeren om Raphael te redden.
“Nee, en dat hoef ik ook niet,” antwoordde Anastacia. “Weten jullie wat? Ik ga terug en Marcel en Lexie gaan met mij mee. Als jullie terug zijn, gaan jullie mij alles vertellen over jullie achtervolging, begrepen?”
“Als jij dat wilt weten, ga je nu met ons mee,” zei Pim.
“Wil je echt zo graag dat ik Hubertus alles ga vertellen over jullie achtervolging?” Pim wilde er net iets tegen in brengen toen Anastacia weer iets zei: “Ik denk het niet he? Dus jullie gaan nu weer snel achter Hubertus aan, want hij loopt weer een heel eind voor. Ik ga nu samen met Lexie en Marcel naar huis.” Anastacia wilde al samen met Marcel en Lexie terug gaan, toen Pim weer iets zei: “Denk maar niet dat we jou alles zullen gaan vertellen!”
“Denk jij dan maar niet dat ik dit alles geheim zal houden.” Anastacia liep weer een paar meter verder, maar stopte en draaide zich om naar Pim en Sterre. “Dus jullie weten het. Ik wil straks alles horen.” Daarna liep ze weer verder richting het huis, een boze Pim en een verbaasde Sterre achterlatend.