Zelfgeschreven Anubis Verhalen

Hoofdstuk 15: De achtervolging

“Ze zoekt gewoon ruzie!” Pim schopte boos tegen een steentje.
“Eh Pim. Ben je vergeten wat we eigenlijk aan het doen waren?” vroeg Sterre
“Wat?”
Sterre keek verbaasd. Ze kon niet geloven dat Pim door een ruzietje vergeten was dat ze Hubertus moesten achtervolgen. “We zijn hier om Hubertus te achtervolgen, weet je nog?”
“Oh ja, sorry.”
Ze liepen weer verder achter Hubertus aan. Een paar keer moesten ze zich verstoppen, omdat Hubertus zich omdraaide en naar achteren keek.
Na een tijdje door een bos te lopen kwamen Pim en Sterre aan bij een klein huisje bij een weiland. Hubertus klopte drie keer op een speciale ritme en ging daarna naar binnen. Pim en Sterre keken stiekem door het raam. Ze zagen Hubertus met een man van middelbare leeftijd praten. Soms konden ze wat zinnen opvangen van het gesprek.
Pim pakte zijn voicerecorder en zei: “Die man heet blijkbaar Kai, Hubertus en Kai zijn waarschijnlijk allebei donkere druïden.”
Omdat ze door de ramen niet veel van het gesprek konden horen, gingen ze naar de deur. Pim wilde met zijn gereedschappen de deur openmaken, maar Sterre hield hem tegen.
“Wat nou als ze je de deur horen openmaken? Ze kunnen ons betrappen.”
“We moeten weten wat ze zeggen. Wees maar gerust, ik ga de deur zo zachtjes mogelijk openmaken,” antwoordde Pim en hij pakte zijn gereedschappen.
Op een klein klikje na hoorden ze inderdaad niet veel van dat Pim de deur openmaakte. Ze zetten de deur op een klein kiertje, zodat ze konden horen wat Hubertus en Kai zeiden.
“Het ritueel begint dus eerder,” zei Kai.
“Oké, ik zal dan ervoor zorgen dat hij om 19.56 in het lokaal is.”
“Zorg jij dan ook dat de anderen het weten? Er mag die avond echt niets verkeerd gaan.”
“Ewan zal ons daarna dan eindelijk weer kunnen horen en zien. Weet je al wanneer de derde inlijving is?” vroeg Hubertus.
Pim pakte zijn voicerecorder. “Het tijdstip van het ritueel is gewijzigd. In plaats van om 20:07 is het om 19:56.” Hij luisterde weer verder naar wat Hubertus en Kai zeiden.
“Ik ben de dag, tijdstip en plaats nog aan het berekenen. Maar het zal niet lang meer duren voordat Ewan al zijn zintuigen weer kan gebruiken,” antwoordde Kai.
“Snel, we moeten nu weg,” siste Sterre. “Hubertus maakt aanstalten om weg te gaan.”
Ze renden weg en verstopten zich achter bomen langs de weiland. Pim en Sterre zagen dat Hubertus de deur opendeed. Ze hoorden ook dat Hubertus vroeg waarom de deur op een kier zat, maat hij schonk er weinig aandacht aan. Hubertus liep langs dezelfde weg weer naar school.
Sterre slaakte een zucht. “Ik dacht steeds dat hij ons zou zien.” Ze liep achter de boom vandaan. “Het is ook geen grote boom waar ik me achter verstopte.”
Ook Pim kwam achter een boom vandaan. “We weten nu heel zeker dat Kai, Hubertus en Wietteke donkere druïden zijn.”
“Denk je dat er nog meer donkere druïden zijn?” vroeg Sterre. “En dat Kai in dat huisje woont of zich daar verstopt?”
‘Ik weet het niet, maar we moeten wel snel naar huis. We zijn al te lang weggeweest. Arlene zal zich vast afgevraagd hebben waar we al die tijd waren.”
Ze liepen zwijgend terug naar huis. Het bos waar ze na een tijdje doorheen moesten lopen was een erg dichte bos, maar omdat er maar een pad was, konden ze de weg terug makkelijk vinden. Toen ze bijna bij het huis waren, begon Sterre opeens over de donkere druïden.
“We weten nu dat Hubertus en Wietteke donkere druïden zijn. Dan is het toch erg gevaarlijk op school? Moeten we dan niet iedereen waarschuwen?”
“Laten we het maar eerst geheim houden. Alleen jij en ik weten dat ze donkere druïden zijn. Ik denk dat de donkere druïden alleen ons moeten hebben. Dus laten we de andere leerlingen maar erbuiten houden,” antwoordde Pim.
“Maar het is veel te gevaarlijk op school. Wie weet ben jij de volgende die betrokken wordt bij een ritueel,” zei Sterre.
“Laten we maar eerst zorgen dat Raphael kunnen redden van de donkere druïden. En daarna...” Pim dacht even na. “Misschien kunnen we daarna de politie erbij halen?”
“Misschien... Als de politie die donkere druïden dan aankunnen.”
Pim en Sterre stonden nu voor het Huis Anubis.
“Zeg jij maar straks tegen Anastacia en Lexie dat we niets te weten waren gekomen. Ik zal hetzelfde tegen Marcel vertellen. Als ze verder vragen, zeg dan maar gewoon dat Hubertus in het bos woont.”
“Hopelijk nemen ze daar genoegen mee en gaan ze niets aan Hubertus vertellen,” zei Sterre.
Ze belden aan en Arlene liet hun binnen. Ze vroeg waar ze geweest waren.
Pim vertelde dat ze een toets moesten herkansen voor biologie. Daarna gingen ze aan andere leraren iets over hun huiswerk vragen.
Arlene geloofde het en ze mochten naar hun kamer gaan.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Hoofdstuk 16: Het valentijnslied

De volgende dag wilde Camilia de tweetallen voor het valentijnslied weten.
“Ik hoop dat jullie daar aan gedacht hebben, want de bal is al over drie dagen. Ik wil graag dat alles perfect in orde is,” zei Camila.
“Een lied op het valentijnsbal zingen?” vroeg Marcel ongelofelijk. ‘Niemand heeft ons daar iets over verteld!”
“Ja, dat klopt!” riep Lexie door het lokaal. “We wisten alleen dat er een bal was, omdat er overal in de school posters hangen.”
Camilia dacht na en zei: “Misschien kunnen jullie twee dan samen een lied zingen? Ik help jullie dan wel met het schrijven van een tekst.”
“Nee!” Marcel rende naar Anastacia. “Ik ga met Anastacia zingen en worden dan samen koning en koningin.” Hij wilde Anastacia een kus geven, maar Anastacia duwde hem van haar af.
“Dacht het niet, ik heb al met Rapharel afgesproken om samen te zingen.”
“Klopt dat Raphael?” vroeg Camilia.
Raphael keek naar Sterre. Hij zag dat Sterre op het zelfde moment ook naar hem keek. Hij zuchtte en zei: “Ja, dat klopt.”
“Dat schiet op.” Camila pakte een blaadje en noteerde dat. “Raphael samen met Anastacia. Sorry Marcel, ik denk echt dat je samen met Lexie moet zingen. Wil je dat Lexie?”
“Mij maakt het niet uit,” antwoordde Lexie.
“Sterre, met wie zing jij?” vroeg Camilia.
“Eh, mag ik het ook na de les vertellen? Of moet het echt nu?”
Aan Camilia’s gezicht kon Sterre zien dat ze het liever wilde dat Sterre het nu zou vertellen. Maar toen glimlachte ze en zei dat Sterre het na de les mocht vertellen.
“En jij, Pim, met wie ga jij zingen?”
“Ik zou graag hetzelfde willen als Sterre. Ik wil het graag na de les vertellen,” antwoordde Pim.
“Jij ook al?” vroeg Camilia verbaasd. “Laat dit dan de laatste zijn. De volgende leerlingen vertellen gewoon nu in de les met wie ze gaan zingen.”
Zo vroeg Camila steeds verder aan iedere leerling met wie hij of zij ging zingen. Dat noteerde ze weer op een blaadje. Nadat Camilia klaar was met het vragen aan alle leerlingen, gingen ze een opdracht doen waarbij ze kleine stukjes van een scene uit Romeo en Julie moesten na spelen. Ze mochten ook erbij zingen.
“Het is gewoon als voorbereiding op de valentijnsliederen op het bal,” zei Camilia toen iemand vroeg waarom ze nu iets uit Romeo en Julie moesten spelen en zingen.
Raphael en Anastacia speelden voor een klein stukje Romeo en Julia. Marcel was daar niet blij mee, omdat hij met Anastacia Romeo en Julie wilde spelen. Een paar minuten later speelde Pim en Lexie samen en later speelde Raphael weer Romeo, maar dit keer speelde Sterre Julia. Ze zongen ook daarbij.
“Sterre en Raphael speelden het beste. Ze zongen ook fantastisch,” zei Camilia terwijl ze in haar handen klapte. “Als jullie samen een lied zouden schrijven en zingen, zouden jullie een grote kans maken om te winnen.”
“Maar Raphael zingt al met mij, toch Raphael?” riep Anastacia door de klas.
“Ja,” zei Raphael kort.
Even later ging de bel. Sterre en Pim bleven nog zitten.
“Oke, zeg eens. Met wie gaan jullie zingen? Of gaan jullie met z’n tweeën zingen?” vroeg Camilia.
“We wilden aan u vertellen dat we helemaal niet willen gaan zingen,” antwoordde Sterre.
“Maar je zong daarnet zo mooi. Waarom willen jullie dan niet op het bal zingen?”
“Ik wil daar eigenlijk niet over hebben,” antwoordde Sterre. Ze kon toch niet zeggen dat ze eigenlijk wel wilde zingen, maar dan alleen met Raphael.
“Tegen mij kan je het toch wel zeggen?’
Maar Sterre bleef zwijgen.
“Goed dan, maar je kan altijd naar mij toe komen als je van gedachten verandert. En jij Pim, waarom wil jij eigenlijk niet zingen?’
“Ja, als Sterre niet zingt, heeft het ook geen zin als ik alleen ga zingen. Niet dat het Sterre’s schuld is, hoor. Ik heb gewoon geen zin om op een bal te gaan zingen.”
“Dat is eigenlijk geen goeie reden. Maar ik zal dan voor jullie een uitzondering maken. Jullie twee hoeven niet te gaan zingen, maar dan echt alleen jullie twee,” zei Camila. “Jullie mogen nu weg.”
Pim en Sterre waren net bij de deur toen Camilia weer iets zei: “Ik was tijdens de les iets vergeten te zeggen. Kunnen jullie aan jullie klasgenoten vertellen dat het schoolbal eerder begint? Meneer Berkelaar wil dat het om 19:45 begint.”
“Ja, zullen we doen,” antwoordde Pim en hij liep met Sterre weg.
“Heb je dat gehoord? Het bal gaat eerder beginnen. Het heeft vast te maken met het feit dat de ritueel ook eerder begint,” zei Pim.
“Ja, want Camila zei dat Hubertus het vroeger wilde laten beginnen, antwoordde Sterre.
“We moeten deze drie dagen dan goed op Rapahel, Hubertus en Wietteke letten.”
“En wat doen we met die ene Kai?”
“We zullen morgen of overmorgen, de dag van het ritueel, wel weer naar het huisje gaan,” antwoordde Pim.
Daarna liepen ze naar hun kluisjes om hun boeken voor de volgende les te pakken.