Zelfgeschreven Anubis Verhalen

Hoofdstuk 17: Dagdromen

De lessen van vandaag waren eindelijk afgelopen en Sterre liep door de gangen van de school. Ze vond het een vreselijke gedachte dat het schoolhoofd van deze school een druïde is die de gaven van De Vijf wilde misbruiken. Daar valt nu nog niets aan te doen. Als ze naar de politie zou stappen zou niemand haar geloven en haar voor gek verklaren. Al zouden ze haar geloven, dan nog zouden ze de druïden niet kunnen overmeesteren, omdat de druïden waarschijnlijk sterker waren.
Sterre was zo in gedachten dat ze zomaar ergens heen liep. Toen ze weer uit gedachten was zag ze dat ze bij het musicallokaal was. Ze hoorde prachtig pianomuziek en gezang. Toen ze naar binnen keek zag ze dat het Raphael en Anastacia was die aan het repeteren waren. Het lied dat Sterre hoorde kende ze al ongeveer uit haar hoofd, omdat ze het zo vaak heeft gehoord. Sterre neuriede de melodie zachtjes mee. Ze deed haar ogen dicht en fantaseerde dat zij het was die samen met Raphael op het podium stond en aan het repeteren waren.
“Sterre, je zingt echt prachtig. Ik kan het echt niet met woorden beschrijven,” zei Raphael terwijl hij verder piano speelde.”
Sterre zong verder. Het leek alsof ze nog nooit iets anders had gedaan in haar leven. Nadat het liedje uit was vroeg ze: “Vond je het echt zo mooi?”
“Het was geweldig Sterre,”antwoordde Raphael. “Hoe zou je het vinden om…?”
“Om wat?”vroeg Sterre nieuwsgierig.
“Misschien om vanavond na het eten met z’n tweeën buiten in de tuin te gaan zitten. Samen naar de maan te kijken. Het is vanavond volle maan en dat lijkt me wel leuk.”
“Echt?” Sterre kon haar oren niet geloven. “Natuurlijk wil ik dat!”
Raphael lachte. “Zullen we het lied nog een keer oefenen?”
“Natuurlijk,”Sterre zong de sterren van de hemel en Raphael speelde de melodie op de piano.
“Sterre, Sterre.”
Opeens was Sterre terug in de werkelijkheid. Raphael en Anastacia stonden voor haar.
“Sterre, je zong fantastisch,”zei Raphael.
“Zong ik?”vroeg Sterre verbaasd. Ze wist alleen maar dat ze de melodie neuriede en in haar fantasie aan het zingen was. Ze was zeker zonder dat ze het wist begonnen met zingen.
“Ja, Dingetje, jong zong best redelijk. Niemand kan natuurlijk zo mooi als ik zingen,”zei Anastacia. “Ik wil best wel nog eens zingen, speciaal voor jou.”
“Nee, het hoeft niet.” Sterre wilde weglopen, maar Anastacia hield haar tegen. “Zo weet je tenminste hoe echte sterren als ik zingen.”
Sterre keek naar Raphael, maar die keek terug met een blik dat hij er ook niets tegen kan doen. Blijkbaar moest hij naar Anastacia luisteren en liep naar het podium waar Anastacia al ongeduldig stond te wachten.
Als Raphael de eerste noten begon te spelen, begon ook Anastacia te zingen.
Sterre luisterde naar hoe Anastacia zong, maar had het gevoel dat er iets niet klopte. De stem van Anastacia leek helemaal niet op haar stem, maar meer op die van…
“Lexie!”
Anastacia en Raphael stopten met zingen en piano spelen en keken Sterre verbaasd aan.
“Eh, ik dacht net dat ik Lexie door de gang zag lopen en ging haar dus lopen, maar zij was het niet,” verzon Sterre snel. “Eh... tot straks in het huis, oké?” Sterre liep weg en dacht na over wat ze net had gezien. Ze zag een hoedje dat sprekend op die van Lexie leek. Niemand in de hele school had er zo een, dus het moest wel van Lexie zijn. De stem die net zong leek helemaal niet op Anastacia’s stem. Dus het moest zeker Lexie geweest zijn die zong. Camilia en Raphael waren er allebei ingetrapt. Maar waarom deed Anastacia zoiets? Kon ze dan niet zingen?
“Dingetje wacht!”riep Anastacia die aan kwam rennen. “Ik wil je iets vragen. Waarom riep jij net zo hard Lexie?”
“Dat had ik toch al gezegd. Ik zag haar door de gangen lopen en riep haar, maar toen zag ik dat ik me had vergist.”
“Ik geloof je niet,”antwoordde Anastacia. “Jij weet nu iets wat jij eigenlijk niet mocht weten.”
“En wat dan?”vroeg Sterre.
“Dat weet je best. Ik wil dat je er met niemand over praat. Anders zal ik wel naar Hubertus gaan en zeggen dat jij en Pim hem achtervolgde.”Anastacia liep weg.
Sterre was verbaasd en boos tegelijk. Anastacia, die in het begin zo aardig leek, chanteerde haar voor de tweede keer? Ze kon het haast niet geloven. Hoe kon Anastacia haar vriendin chanteren. Was ze wel ooit de vriendin van Anastacia geweest? Opeens voelde Sterre zich erg eenzaam. Ze bleef dat eenzame gevoel maar houden en liep naar huis.

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 Hoofdstuk 18: Missie in de nacht

De dag voor het valentijnsbal en het ritueel verliep moeizaam voor Sterre. Ze voelde zich in het Huis Anubis en op school eenzamer dan ooit. Anastacia deed bot tegen haar en Marcel en Lexie deden ook niet al te aardig. Zelfs Raphael ontweek haar steeds, nadat ze zo snel naar huis wilde toen ze Raphael en Anastacia onderbroken had. Ze wilde ook niets tegen Arlene vertellen, omdat ze bang was dat zij ook een druïde was. Alleen Pim deed normaal tegen Sterre. Hij wilde die avond, als iedereen sliep, terug naar het huisje bij de weiland gaan samen met haar. Ze spraken om ’s avonds om 11 uur bij de voordeur af. Sterre was daar als eerste en wachtte op Pim.
“Waar blijft Pim?”vroeg Sterre tegen zichzelf. Ze keek op haar horloge, het was al 5 over 11 uur ’s avonds. Ze stond binnen bij de voordeur in het huis, maar toch had ze het een beetje koud. “Het komt vast, omdat het verboden is om ’s avonds door het huis te spoken.” Sterre keek rond. De seconden streken voorbij en werden minuten, maar Pim was nergens te bekennen.
Sterre keek om zich heen. Was het weer haar fantasie dat op hol sloeg? Of zag ze nu echt een schaduw door zich voort bewoog in het huis.
Plotseling voelde Sterre een hand op haar schouder Ze schrok. Ze was zeker betrapt door Arlene. Toen ze zich omdraaide zag ze dat het Arlene niet was.
“Sorry dat ik zo laat ben.” Het was Pim die dat zei. “Het is niet echt gebruikelijk voor een detective dat hij te laat op een afspraak komt.”
“Maar waarom ben je dan te laat gekomen?” vroeg Sterre.
“Dat vertel ik je straks wel op weg naar dat huisje.” Pim deed de voordeur zachtjes open en ging met Sterre naar buiten.
Buiten was het erg koud. Het was nog lang niet lente. Gelukkig waren Pim en Sterre allebei warm gekleed. Ze liepen eerst samen in het donker naar school om daarna vanaf daar naar het huisje te gaan.
“Gelukkig heb jij een zaklamp bij je,” zei Sterre terwijl ze naar de zaklamp van Pim wees.
“Een detective is op alles voorbereid,” antwoordde Pim lachend.
“Waarom was je net eigenlijk te laat gekomen?” vroeg Sterre weer.
“Marcel werd steeds wakker. Volgens mij had hij nachtmerries over dat hij met Lexie moet zingen op het valentijnsbal.”
“Ja, hij zei dat hij met Anastacia wilde zingen in plaats van Lexie. Maar Lexie kan toch ook best goed zingen?” Sterre ratelde verder. “Omdat Lexie ook best goed kon zingen, wilde Anastacia daarom natuurlijk dat Lexie voor haar zou...” Sterre schrok, dit mocht ze helemaal niet zeggen van Anastacia.
“Dat Lexie wat voor haar zou doen?” vroeg Pim nieuwsgierig.
Sterre schudde haar hoofd. “Ik mag het niet vertellen.”
“Tegen mij kan je het toch wel vertellen?” spoorde Pim haar aan. “ Ik zal het echt niet doorvertellen.”
“Beloof je het?” vroeg Sterre.
“Ja, ik beloof het. Detectives houden altijd hun woord.”
Terwijl ze verder naar het huisje in de weiland liepen, vertelde Sterre wat ze had gezien en had gehoord in het musicallokaal. Het was niet echt Anastacia die met Raphael zong, maar Lexie.
“En als ik het aan iemand vertel, gaat Anastacia naar Hubertus om te vertellen dat we hem gingen achtervolgen.”
“Misschien chanteerde Lexie ook waardoor ze voor Anastacia moest zingen. Ze zal het vast niet uit vrije wil voor haar gedaan hebben,” zei Pim.
Ze liepen verder en kwamen nar enige tijd bij het huisje aan. De lichten brandden niet, dus dat zou waarschijnlijk betekenen dat of de eigenaar sliep, of dat hij weg was. De eerste leek het meest voor de hand liggend.
Pim brak het slot open en ging met Sterre naar binnen. Ze doorzochten vele kamers, maar konden niemand vinden.
“Hier is denk ik gewoon niemand,” fluisterde Sterre.
“Toch moeten we we heel erg voorzichtig zijn.”
“Wat zoeken we eigenlijk?”
‘Ja, goeie vraag. Laten we maar eens kijken of we hier kunnen vinden wie allemaal de donkere druïden zijn.”
Ze vonden blaadjes met berekeningen. Er stonden namen van planeten op, zoals Jupiter en Mercurius. Sommige berekeningen die ze vonden waren nog niet afgemaakt. Sterre en Pim vonden ook een map waarin veel namen stonden. Daarboven stond het woord “Leden”.
“Waarschijnlijk zijn dit de donkere druïden,” zei Pim toen hij zijn voicerecorder had gepakt. “Er stonden heleboel onbekende namen in het mapje, maar ook een paar bekende namen zoals Hubertus Berkelaar, Wietteke, Kai en...”
“Wat doen we hier?”
Sterre en Pim draaiden zich als door een een wesp gestoken om en zagen een man van middelbare leeftijd. Hij leek jonger dan Hubertus.
“Ik wacht,” zei de man.
“Ja, eh, we waren verdwaald en we zagen hier een schattig huisje dus we dachten: kom, we gaan eens iemand om hulp vragen,” loog Sterre en ze lachte wat ongemakkelijk erbij.
“Dus twee jongeren die midden in de nacht een huisje binnen konden gaan, terwijl die op slot zat. Klink geloofwaardig,” zei de man.
“We willen ook wel weg gaan als u ons niet wilt helpen,” zei Sterre en ze liep samen met Pim richting de deur.
“Niemand verlaat mijn huis zonder mijn toestemming! Zeker niet twee van de Vijf!”
“Rennen Sterre!” riep Pim en hij rende met Sterre naar de deur.
“Hubertus!” riep de vreemde man.
Vanuit het niets kwam Hubertus tevoorschijn. Hij blokkeerde de deur waardoor Pim en Sterre er niet uit konden.
“De ramen!” Pim pakte een boek en gooide daarmee de ramen kapot. Ze kropen voorzichtig naar buiten en vluchtte weg.
Hubertus leek voor zijn leeftijd oud, maar hij was behoorlijk snel. Hij sprong uit het raam en rende Pim en Sterre achterna.
“Hij is vlak achter ons,” zei Sterre die achterom keek.
“Niet kijken, maar rennen!” riep Pim.
Opeens struikelde Sterre. Ze viel op de grond. Pim wilde terug naar haar rennen, maar Sterre riep: “Haal Leopold!” Ze probeerde op te staan, maar ze kon het niet. Haar benen deden verschrikkelijk pijn.
Opeens pakte iemand haar arm beet. Het was Hubertus. Hij trok haar terug naar het huisje.
“Sterre!” Pim rende naar Sterre.
“Let niet op mij! Haal Leopold!” riep Sterre terwijl ze mee werd gesleurd door Hubertus.
Pim rende weer was en verschool zich achter een boom. Moest hij terug gaan om Sterre te redden, of moest hij doen wat Sterre zei, Leopold zoeken? Hij koos voor het laatste.
“Sterre, ik kom snel terug, ik kom je redden ,samen met Leopold.” Pim rende weg, opzoek naar Leopold.