Zelfgeschreven Anubis Verhalen

Hoofdstuk 19: Ontsnappingspogingen

“Laat me hier uit!” Sterre bonkte tegen de deur van de kelder waar ze opgesloten zat. Het was al de tweede keer dat ze in de handen van de donkere druïden terecht was gekomen. Beide keren trok Hubertus haar mee, maar deze keer was er ook een vreemde man erbij gekomen. Sterre had het gevoel dat ze die man van ergens kende. Maar hoe hard ze ook nadacht, ze wist het gewoon niet.
Hoe lang zat ze hier al opgesloten? 10 minuten of zelfs een uur? Hubertus had haar horloge afgepakt waardoor ze de tijd niet wist. Ook al had ze een horloge, ze kon toch niet zien hoe laat het was, omdat ze in de donker zat.
Heel langzaam wendde haar ogen aan het donker. Sterre kon een kast en een tafel onderscheiden. Opeens kreeg Sterre een geweldig idee. Ze liep voorzichtig naar de kast en schoof die een eind van de muur vandaan.
“Als ik me nou een hierachter verstop,” zei Sterre tegen zichzelf. “Dan roep ik Hubertus en zal hij hoogstwaarschijnlijk hier komen. Als hij de deur open laat staan, ren ik vanachter de kast richting de deur en ontsnap.”
Sterre vond het idee van zichzelf geweldig. Daarom verstopte ze zich achter de kast en riep Hubertus. Sterre had gelijk. Na een paar keer roepen kwam Hubertus inderdaad naar de kelder. Sterre kon haar ogen niet geloven. Hubertus bleek zo dom te zijn dat hij ook echt de deur open liet staan.
Hubertus keek om zich heen. “Ik weet dat je hier bent. Ik heb geen zin om met jou verstoppertje te spelen!” Hij liep door de kelder.
Sterre zag haar kans. Ze rende vanachter de kast vandaan naar de deur van de kelder.
Helaas had Hubertus haar in de gaten en rende achter haar aan. Sterre rende door het huis op zoek naar de uitgang. “Waar is de voordeur. Denk na Sterre,” zei Sterre tegen zichzelf. “Er zijn hier veel gangen. Door welke gang kwam ik ook al weer in de kelder terecht?”
Veel tijd om na te denken had Sterre niet, want opeens stond die bekende man voor haar. Sterre wilde zich omdraaien, maar daar verscheen Hubertus opeens achter haar. Ze raakte in paniek. Hoe kon ze zou ontsnappen van die twee donkere druïden?
“Doe geen moeite om de uitgang te vinden, Sterre. Je vindt het toch niet,” zei die vreemde maar bekende man.
Wie was die man? Hoe wist hij haar naam? Ze herkende die stem. Die stam had ze niet zo lang geleden ook gehoord.
“Ik zal haar weer naar de kelder brengen, Kai. En deze keer zal ze niet mee5r ontsnappen,” zei Hubertus.
Kai! Die vreemde man was Kai, die ze samen met Pim had afgeluisterd en bespied. Daar kende ze die man van!
“Dat is je geraden!” antwoordde Kai. “Morgen...”
Sterre zag dat hij op zijn horloge keek. Waarschijnlijk was het al over middernacht.
“Vanavond is de tweede inlijving. Dit meisje mag het niet verpesten na alles wat we hebben gedaan!”
“Natuurlijk, Kai. Daar zal ik persoonlijk voor zorgen.” Hubertus pakte Sterre bij har arm en trok haar mee terug naar de kelder.
Als ze in de kelder waren zei Hubertus tegen Sterre: “Deze keer mag je niet ontsnappen. Om daar zeker van te zijn...” Hij pakte een stuk touw en bond de handen van Sterre vast.
“Au!” Al had Sterre handschoenen aan. De dunne stof van haar handschoen gaf haar niet veel bescherming tegen het touw. Daardoor sneed het touw in haar polsen. “Waarom doet u dit? Wat bereikt u hiermee? U bent een schoolhoofd. U hoort leerlingen niet in een kelder vast te binden. En waarom ik?”
“En waarom kan jij niet ophouden met steeds te vragen waarom dit, waarom dat? Nog een woord en je kan het niet meer navertellen,” zei Hubertus boos. Hij ging de kelder uit en gooide de deur dicht.
Zachtjes begon Sterre te huilen. Waarom moest ze nou van haar ouders in het Huis Anubis wonen en op deze school van een donkere druïde les gaan volgen? Op haar oude school pestten de leerlingen haar met het feit dat ze altijd handschoentjes droeg, maar dat was toch veel beter dan dat ze nu in een huis van een donkere druïden was opgesloten? “Maar dan zou ik Raphael ook nooit hebben ontmoet.” Door haar tranen heen lachte Sterre. Er was hier geen mogelijkheid om te ontsnappen en dan dacht ze opeens aan Raphael die waarschijnlijk lekker lag ze slapen in zijn bed. “Ik moet hieruit komen en Raphael redden. De donkere druïden mogen zijn gave niet misbruiken.”
Opeens kwamen Kai en Hubertus de kelder binnen met een flesje en een beker in hun handen.
“Niet schrikken, Sterre,” zei Hubertus. “Je gaat gewoon even naar dromeland.”
Hubertus en Kai gingen dichter bij Sterre staan waardoor Sterre naar achter liep. Uiteindelijk kwam ze met haar rug tegen de muur.
“Kom op meisje, doe even je mond open,” zei Kai terwijl hij de vloeistof uit het flesje in de beker goot.
Sterre schudde haar hoofd. Nooit zou ze die vloeistof opdrinken.
Opeens pakte Hubertus haar hoofd en kneep haar neus dicht. Zo kon Sterre natuurlijk niet ademen. Er zat niet anders op dan haar mond open te doen. Tegelijkertijd goot Kai de vloeistof uit het bekertje in Sterre’s mond en dwong haar haar mond dicht te doen.
Sterre probeerde zo lang mogelijk de vloeistof in haar mond te houden, maar lang kon ze het niet volhouden. Ze slikte de vloeistof door.
“Goed zo,” zei Kai. “Nu zullen we voor een paar uur geen last meer van haar hebben.”
Langzaam leek het alsof er mist in het hoofd van Sterre was. Ze kon niet meer helder denken. Na een paar minuten werd het zwart voor de ogen van Sterre.
Toen gingen Hubertus en Kai de kelder uit.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 Hoofdstuk 20: Meer problemen

Pim rende door het bos waar op een open plek het huis van Leopold was. Hij moest Leopold vinden. Dat zei Sterre. Leopold moest hem hoe dan ook helpen om Sterre uit het huis van de druïden te laten ontsnappen. Nog nooit in zijn leven had Pim zo hard gerend. Hij was erg moe, maar hij moest door.
Hijgend kwam Pim na een tijdje bij het huis van Leopold. Hij klopte aan, maar er deed niemand open.
“Hoe kan dat? Het is nu...” Pim keek op zijn horloge. “Het is nu 7 minuten voor half 4 ’s ochtends. Hij hoort nu toch nog in bed te liggen?”
Pim klopte weer een paar keer aan. Na twee minuten wachten werd hij erg ongeduldig. Hij moest echt opschieten om Sterre te redden. Omdat niemand de deur opendeed en Pim bang was dat Leopold iets was overkomen brak hij de deur open en ging naar binnen. Daar doorzocht hij alle kamers, maar hij vond Leopold niet. Zelfs de geheime kelder waar hij eerder met Sterre was geweest doorzocht hij. Tevergeefs, Leopold was nergens te bekennen.
“Leopold is niet in zijn huis. Ik zal dan naar school gaan om te kijken om hij daar is,” zei Pim toen hij zijn voicerecorder pakte.
Daarna rende hij het huis uit, door het bos, richting de school. Eenmaal bij school aangekomen wilde hij de deur van de school openbreken, maar hij zag toen dat het al opengebroken was.
Pim pakte zijn voicerecorder uit zijn tas en zei: “Locatie, voor de voordeur van de school. Ik wilde net de deur van de school openbreken, maar toen zag ik dat de deur al door iemand anders opengebroken was.” Pim keek op de grond en zag een aantal voetafdrukken. “De voetafdrukken op de grond zijn nog vers. Vermoedelijk is die persoon net naar binnen gegaan. Hij zal dan hoogstwaarschijnlijk nog in de school zijn.” Pim stopte zijn voicerecorder in zijn tas en ging naar binnen.
Pim liep voorzichtig door de school. Hij liep bijna alle lokalen langs, maar hij zag niemand. In de kantoor van Hubertus ook niet. Daarom ging hij naar het musicallokaal, waar hij nog niet was geweest. Daar zag hij ook niemand. Net toen hij weg wilde lopen hoorde hij dat iemand hem zachtjes riep.
“Pim!”
Pim draaide zich om. Hij keek om zich heen, maar zag nog steeds niemand.
“Pim!”
Pim keek achter de stoelen en de gordijnen en de kasten en vond daar uiteindelijk Leopold.
“Wat doet u hier,” vroeg Pim zachtjes.
“Ik wilde kijken waar ik me straks moet verstoppen. Als de portalen over een paar uur opengaan. Ga ik ook mee met die donkere druïden.”
“Kijken waar u het beste kan verstoppen moet u maar straks doen. Um moet nu met mij meekomen om Sterre te redden!”
“Sterre? Wat is er gebeurd met Sterre?” vroeg Leopold.
“Vertel ik u onder weg wel. We moeten opschieten!” Pim trok Leopold mee richting de deur van het musicallokaal.
“Pim, pas op,” siste Leopold en hij trok Pim naar beneden.
Toen zag Pim waarom hij zich moest  verstoppen. Hij hoorde zware voetstappen. De voetstappen kwamen bij na bij de deur. Als ze bij d deur waren zag Pim dat het geluid van de voetstappen van niemand minder dan Hubertus was. Pim hield zijn adem in. Hij hoopte dat Hubertus zijn ademhaling niet zou horen. Ook Leopold hield zijn adem in.
Toen Pim zag dat Hubertus wegging, durfde hij pas weer te ademen. “Wat doet hij op dit tijdstip hier?”
“Ik weet het niet, maar laten we snel gaan,” siste Leopold.
Zachtjes liepen ze de school uit naar het huis van de donkere druïden om Sterre te redden.
“Vertel je nu even wat er met Sterre was gebeurd?” vroeg Leopold.
“Ik ging samen met Sterre naar het huis van een van de donkere druïden, maar opeens kwamen Hubertus en ene Kai het huis binnen. We vluchtten weg, maar Sterre viel en werd door hun meegenomen. Ze zij dat ik u moest halen.”
Pim en Huertus liepen verder door het bos.
“Dan moeten we maar opschieten,” zei Leopold.
Opeens ging het alarm op het horloge van Pim af. “Wacht even,” riep Pim. Hij bukte en doorzocht zijn tas die hij bij zich had.
“Wat zoek je? Ik kan je wel helpen met zoeken,” zei Leopold.
“Deo, waar is mijn deo? Ik ben hem verloren!” Pim stond op om te kijken of zijn deo ergens op de grond lag, maar hij wankelde en viel op de grond. Hij was flauwgevallen.
“Pim!” Leopold liep rond om te kijken of hij de deo van Pim ergens zag liggen, maar hij vond het niet. Hij ging weer naar Pim, bukte en schudde Pim door elkaar. “Pim, word wakker! Je moet Sterre redden! Pim!”
Maar Pim kwam niet bij bewustzijn.