Zelfgeschreven Anubis Verhalen

Hoofdstuk 1: Dromen zijn (geen) bedrog

Sterre liep naar het musicallokaal om Raphael te zoeken. Ze had het besloten: ze zal Raphael vertellen wat ze voor hem voelt. Dagenlang had ze getwijfeld of ze het wel zou doen. Uiteindelijk had ze besloten om Raphael alles te vertellen en te kijken hoe hij reageert.
Bij het musical lokaal stopte Sterre. Ze hoorde dat Raphael een lied aan het zingen was. Het klonk niet als klassiek. Sterre wist dat hij van zijn vader alleen klassiek mocht spelen. Als het lied uit was liep Sterre het lokaal binnen. “Raphael,” begon Sterre, “ik wil je iets vertellen.” Raphael draaide zich om naar Sterre. Als Sterre de bruine ogen van Raphael zag, zakte de moed in haar schoenen. “Ik wil... ik wil je iets vertellen dat ik...” Sterre dacht even na. “Dat ik je niet stoor bij het piano spelen en weg zal gaan” Sterre kon zichzelf wel slaan. Ze kwam hier om te zeggen hoe verliefd ze op Raphael was en niet om te zeggen dat ze hem niet zal storen.
Sterre liep het lokaal net weer uit toen Raphael haar riep: “Dingetje! Dingetje”
Dingetje? Sterre keek naar Raphael. Ze was erg verbaasd dat hij haar zo noemt. Normaal was het Anastacia die haar zo noemde. Sterre keek rond of Anastacia hier was, maar ze zag haar niet. Dan zal ze er niet zijn. Dan moest het wel Raphael zijn die haar heeft geroepen.
“Dingetje. Dingetje,” riep Raphael weer.
Sterre schoot overeind. Ze zat op haar bed en keek recht in de ogen van Anastacia. Het was Anastacia die haar al die tijd heeft geroepen.
“Dingetje, kijk eens. Zie je wat er veranderd is aan mij?”
Veranderd? Sterre dacht even na. Moest er iets veranderd zijn aan Anastacia? Ze had nog steeds dezelfde blonde haren, riep haar nog steeds Dingetje. Misschien zag Sterre niet wat er aan haar veranderd was, omdat ze haar bril niet op had. Ze pakte haar bril, maar zette het niet op. In plaats daarvan dacht ze weer na. Een bril... Wat was er met die bril...
“En weet je het al, of zal ik je een hint geven?” vroeg Anastacia.
Sterre schrok en kwam uit gedachten. Ze had haar bril nog steeds in haar hand. Maar natuurlijk! Dat ze daar niet aan heeft gedacht. “ Je zonnebril! Je hebt je bril niet op!”
“Ja, Dingetje, je hebt het goed geraden. Nu zijn we alleen wel 2 jaar later,” zei Anastacia sarcastisch.
“ Sorry, maar ik dacht wel steeds dat er iets was met een bril.”
“ Ik heb een rare droom gehad,” zei Anastacia. “ Ik droomde van lichtjes, mensen in zwarte kleren en fel licht. Toen ik wakker werd kon ik weer normaal zien zonder zonnebril. Nu kan iedereen zien hoe mooi mijn ogen zijn. Zeker Raphael.”
Sterre dacht na over haar droom. Ze wilde Raphael vertellen wat ze voor hem voelt. Misschien was het een teken. Misschien moest ze straks op school aan hem vertellen wat ze voelde. Die gedachte schoof ze weer snel weg. Anastacia was verliefd op Raphael en Raphael misschien ook op Anastacia. Ze maakte zich dus belachelijk als ze aan Raphael zou vertellen dat ze ook op hem is.
“Dingetje, Dingetje. Waar ben je toch met je gedachten. Ik ben je de hele tijd aan het roepen.” Anastacia keek boos. “De hele tijd roepen is slecht voor mijn stem. Ik moet nog samen met Raphael zingen voor de musical die wordt gehouden.”
“Je zei net dat je mij riep. Waarom riep je?”
“We komen te laat op school en we hebben nog niet eens ontbeten.”
“School!” roept Sterre. Ze kleedde zich snel aan en rende samen met Anastacia naar beneden. Opeens kwam ze erachter dat ze Muis, haar knuffelkat, was vergeten. Ze rende de trap weer op naar haar kamer. Daar stopte ze Muis in haar schoudertas en rende weer naar beneden. Anastacia keek met een boze blik naar Sterre. Ze had twee pakketjes ontbijt van Arlene gekregen om het onderweg naar school op te eten. “Waar was je! Ik draaide me om en opeens was je er niet.”
“Ik was Muis vergeten en ging hem halen.” Anastacia gaf Sterre haar pakketje ontbijt. “Bedankt,” zei Sterre terwijl ze het ontbijt aanneemt. Daarna liepen ze samen naar school.
“Heb jij misschien Lexie gezien?” vroeg Anastacia aan Sterre. “Ze lag niet op haar bed”
“Nee, niet gezien,” antwoordde Sterre.
Lexie sliep al een paar dagen in het Huis Anubis. Anastacia had dat geregeld. Waarom ze dat deed weet Sterre niet. Het ging haar ook niet aan.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 Hoofdstuk 2: Goed of slecht nieuws

“Waar kan Marcel nu zijn?” vroeg Pim aan Raphael. Ze liepen samen naar school.
“Geen idee. Jullie gaan ’s nachts wel vaker weg,” antwoordde Raphael.
Pim was wel bezorgt over Marcel. Marcel had die nacht iets gezegd over padden bevrijden. Misschien had Marcel die nacht, toen Pim sliep, ingebroken in de school en was hij betrapt. Hij zal onderzoeken wat er met Marcel is gebeurd. Hij pakte zijn voicerecorder en sprak in: “Zoektocht Marcel gestart.” Hij zag voetstappen die richting de school gingen. Hij bukte om ze beter te bekijken. “De voetstappen zijn van twee personen en zijn van een paar uur geleden.”
“Pim, wat ben jij aan het doen?” vroeg Raphael. “ We komen te laat op school.”
“Ik ben mijn veters aan het strikken.” Pim deed alsof hij zijn veters aan het strikken was.
Raphael wachtte even op Pim. Hij staarde in de verte richting het Huis Anubis. Hij zag twee personen in snelle tempo lopen. Als hij nog eens beter keek, zag hij dat het Anastacia en Sterre zijn. Sterre... Hij wilde graag met Sterre de musical spelen. Maar dat kon hij niet. Anders zal Anastacia tegen zijn vader vertellen dat hij aan de musical meedoet. Dan zal zijn vader erg gekwetst zijn. Hij had immers beloofd dat hij niet aan de musical zal meedoen. Raphael zag dat Anastacia en Sterre naar hem toe lopen.
“Raphael, zie je wat er veranderd is aan mij?” vroeg Anastacia.
“Je hebt je zonnebril niet op.”
“Je merkt het sneller op dan Dingetje.”
Sterre wilde dat ze onzichtbaar kon worden. Waarom zei Anastacia dat nou tegen Raphael.
“Raphael, heb je dat lied al voor mij afgeschreven? Je weet wel, dat lied voor de musical. We moeten nog even repeteren en ook auditie doen.”
“Ja, het lied is al af,” antwoordde Raphael. “Pim, veter strikken, daar doe je toch niet zo lang over? We moeten naar school!”
Met z’n vieren liepen ze naar school. Anastacia vertelde Raphael ondertussen hoe veel liedjes hij nog moet schrijven, omdat ze zeker weet dat zij de hoofdrol zullen krijgen. Sterre dacht dat Raphael haar niet hoort. Hij leek diep in gedachten te zijn.
Op school liepen ze snel door naar het musicallokaal. Ze waren al te laat. De bel was al 5 minuten geleden gegaan.
“Vier leerlingen te laat en 2 afwezig,” zei Camilia met een ongelukkig gezicht. “Wees blij dat ik niet zo veel tijd heb. Anders gaf ik jullie een preek en mogen jullie ook nog naar meneer Berkelaar. Ga nu snel zitten.”
“Er is iets aan de hand,” zei Pim tegen Sterre die naast hem was komen zitten. “Normaal is Camilia erg aardig.”
Sinds Pim Sterre had geholpen met het vinden van Muis, die Marcel had ontvoerd, deden ze veel samen. Ze hadden ontdekt dat meneer Berkelaar waarschijnlijk bij de donkere druïden hoorde waarover Leopold, de geschiedenisleraar, had verteld. Sterre wist nu ook dat Pim iets aan zijn neus had, waardoor hij alles veel te sterk ruikt. Hij viel soms ook flauw als hij zijn deo niet op tijd gebruikt.
“Sterre, je was al te laat. Ik wil dat je nu oplet en niet ergens met je gedachten zit,” zei Camilia. “Ik ga nu iets mededelen wat ik niet bepaald prettig vind. Het spijt me heel erg, maar de schoolmusical gaat niet door.”
“Pardon? Heb ik het goed verstaan?” vroeg Anastacia.
“Het spijt me echt. Ik weet dat je veel hebt geoefend, maar het kan niet doorgaan wegens te weinig aanmeldingen.”
Anastacia zag haar plan in het water vallen. Zingen met Raphael en daarna de zoen op het podium. Ze keek boos.
Sterre vond het zielig voor Anastacia. Ze had zich er zo op verheugd.Ze wilde zelfs een poster met alleen haar foto erop.
“Misschien kan dit sommige leerlingen opvrolijken. Jullie weten dat het bijna Valentijnsdag is. Wij gaan dan een valentijnsbal organiseren met een koning en een koningin.”
Anastacia dacht meteen aan Raphael. De zoen bij de musical kon niet doorgaan, maar een zoen op een valentijnsbal als koning en koningin was veel beter.
Camilia vervolgde haar verhaal: “Ik wil dat jullie in tweetallen een lied schrijven op een bestaand nummer dat jullie op het bal gaan zingen. Voor degene die ook zelf een muziekstuk kan componeren mag dat ook doen.” Ze kijkt naar Raphael. “Jullie mogen zelf kiezen met wie jullie een lied wil zingen. Het moet natuurlijk wel een jongen en een meisje zijn. In jullie klas zitten evenveel meisjes en jongens. Dat komt dus goed uit. Wie het best zingt wint en wordt later op het bal bekroond tot een koning of koningin.”
Opeens ging de bel en iedereen pakte zijn of haar tas.
“Luister nog even. Ik wil binnen 5 dagen de tweetallen weten. Anders maak ik zelf tweetallen van degene die over zijn gebleven. Jullie mogen nu weg.”
“Sterre.” Raphael ging naar Sterre toe. “Misschien, alleen als jij dat leuk vind en het wilt natuurlijk, kunnen...”
“Raphael, wij gaan samen zingen toch?” vroeg Anastacia die net aan komt lopen. “Je hebt al een lied geschreven voor mij en dat scheelt nu een heleboel werk.”
“Ik wilde net al...”
“...naar mij toe komen en mij vragen om samen te zingen?” maakte Anastacia zijn zin af. “Het antwoord is ja. Zo dat is dan geregeld. Ik ga nu eten.”
“Sorry,” zei Raphael tegen Sterre. “Ik wilde jou eigenlijk vragen.”
“Nee het maakt niets uit. Ik vind wel iemand, hoop ik.” Dat laatste zei ze zo zacht dat Raphael het niet kan horen. Sterre voelde haar ogen prikken. Ze wilde niet voor de ogen van Raphael huilen. Daarom liep ze zonder nog om te kijken zomaar ergens heen.
Ze dacht tijdens de les nog dat ze misschien met Raphael mocht zingen. Het maakte voor haar niet uit of ze winnen of niet. Alleen al met Raphael zingen was al genoeg voor haar. Als Anastacia niet was gekomen dan... “Nee Sterre,” zei ze tegen zichzelf. “Anastacia was al van plan om met Raphael audities te doen voor de musical. Dat is niet gelukt, dus heeft ze recht op om met Raphael te...” Sterre botste tegen iemand. Toen ze in zichzelf praatte had ze niet gekeken waar ze liep. Ze zag dat het Pim was. “Sorry.”
“Nee, ik moet me verontschuldigen. Ik moet niet ergens midden van de gang blijven staan. En zeker niet voor de kantoor van Hubertus.”
“Oh, waarom sta jij daar eigenlijk?”
“Ik hoorde gebonk uit het kantoortje. Ik wilde net gaan kijken wie of wat daarbinnen was en toen kwam jij. Wil je me helpen?”