Zelfgeschreven Anubis Verhalen

Hoofdstuk 21: De twee paden

“Sorry, Pim. Ik moet je even alleen laten zodat ik jouw deodorant kan gaan zoeken.” Leopold keek nog eventjes naar Pim die op de grond lag en verdween daarna tussen de bomen.
Leopold volgde het pad waar ze net overheen liepen. Ze wilden eigenlijk Sterre redden, maar Pim viel flauw, omdat hij zijn deo was verloren.
Na een half uur lopen zag hij langst het pad een spuitbus liggen. Leopold rende er naar toe en pakte hem op. Het was de deodorant van Pim die hij verloren was. Daarna liep Leopold weer snel terug naar de plek waar hij Pim had achtergelaten.
Als hij daar was aangekomen, spoot hij een hele lading deodorant over Pim heen. Na een maar minuten werd Pim eindelijk wakker,
“Pim, je liet me schrikken. Gaat het nu weer?” vroeg Leopold bezorgd.
“Ja, het gaat denk ik wel weer. Bedankt dat u me geholpen heeft,” antwoordde Pim dankbaar. “Maar we moeten nu weer verder. Sterre heeft ons nodig.”
Leopold hielp Pim met het opstaan en samen gingen ze naar het huis van de druïden.
Maar na een tijdje kwamen ze nog een pad tegen. Een pad dat Pim niet herkende.
“Pim, welke weg moeten we nemen?” vroeg Leopold.
Pim scheen het ook niet te weten, want hij antwoordde niet. Hij pakte zijn voicerecorder uit zijn tas ze zei:
“Locatie: het bos waar we doorheen moeten om naar het huis van de donkere druïden te gaan. Het bos had eerst maar een pad waarover je kon lopen, maar nu is er een pad bijgekomen.”
“En wat doen we nu?” vroeg Leopold.
“Waarschijnlijk is een van deze twee paden door de donkere druïden aangelegd om ons op een dwaalspoor te brengen. Op het pad die door ze zijn aangelegd zijn er waarschijnlijk minder voetafdrukken te vinden. Ik moet even onderzoeken op welke pad het minst voetafdrukken te vinden zijn. Die pad moeten we dan niet nemen.”
Zo gezegd, zo gedaan. Pim pakte zijn vergrootglas en startte het onderzoek. Leopold bleef op verzoek van Pim een eindje verderop staan. Anders konden zijn voetafdrukken het hele onderzoek in de war brengen.
Langzaam maar zeker kwam de zon op. Pim had zijn onderzoek nog niet afgerond.
“Pim, ben je bijna klaar?”
“Bijna! Op het linkerpad zijn er alleen voetsporen te vinden met schoenmaat 43, terwijl er op het rechterpad behalve voetsporen met schoenmaat 43 ook voetsporen met schoenmaat 39 en 40 te vinden zijn. Het toevallige eraan is, is dat de afdruk met maat 40 identiek is met mijn afdruk.”
“Dat wil dus zeggen dat...”
“Het wil dus zeggen dat we het rechter pad moeten nemen, omdat ik voetsporen van Sterre en van mij heb gevonden,” zei Pim.
“Oké, laten we dan snel gaan,” zei Leopold.
Maar Pim liep niet verder. Hij pakte zijn voicerecorder. “Weer een onderzoek afgerond. Het linkerpad is aangelegd door de druïden. Het rechterpad zal ons leiden naar hun huis.” Daarna stopte Pim zijn voicerecorder weer in zijn tas en liep met Leopold verder.
Terwijl Pim met Leopold liep, keek hij even op zijn horloge. “Het is al 7 voor 7 uur’s ochtends. Over exact 13 uur en 3 minuten gaan de portalen naar het ritueel open. We moeten opschieten!” riep Pim.
Terwijl de minuten een voor een verstreken liepen Leopold en Pim gauw door.
Uiteindelijk kwamen ze bij het weiland waar het huisje zich bevond. Pim en Leopold liepen voorzichtig richting het huisje. Wanneer ze vlakbij het huisje waren, zagen ze dat de deur plotseling openging.
“Snel, verstopt je achter een boom, siste Pim en hij verstopte zich achter een van de bomen langs de weiland.
Leopold deed hetzelfde.
Vanachter de bomen zagen Pim en Leopold dat Kai het huis uit kwam. Hij liep richting het bos waar Pim en Leopold net doorheen waren gelopen.
Als hij na een tijdje tussen de bomen verdween, kwamen Pim en Leopold achter de bomen vandaan.
“Dit is onze kans om Sterre te redden,” zei Pim. Hij brak de deur open en doorzocht met Leopold het huisje. “Waar kan ze zijn?” vroeg Pim nadat hij alle kamers in het huisje heeft doorzocht.
“Misschien in de kelder?” Leopold liep naar de kelder en wilde de deur openen, maar hij zat op slot. “Pim, probeer die deur eens open te breken.”
Pim liep naar de deur en binnen een paar minuten heeft hij de deur opengebroken. Hij liep met Leopold naar binnen.
“Sterre!” Pim keek naar Sterre die op de grond lag. Haar ogen waren dicht en haar handen waren vastgebonden.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Ho

Hoofdstuk 22: Word wakker, Sterre

Pim liep snel naar Sterre en maakte haar handen los. Daarna probeerde hij haar wakker te krijgen, maar dat lukte niet. Haar ogen waren en bleven dicht.
“Leopold, ik krijg Sterre niet wakker!” riep Pim in paniek. “Ze ademt gelukkig nog wel.”
“Ze moet hier onmiddellijk weg. Straks komen de donkere druïden terug en is het te laat,” zei Leopold. “Til jij Sterre op, dan houd ik alle deuren voor je open.”
Zo gezegd, zo gedaan. Leopold hield de deuren open, terwijl Pim Sterre probeerde op te tillen. Daarna gingen ze snel het huis uit.
“We gaan naar mijn huis. Daar zullen we waarschijnlijk wel veilig zijn,” zei Leopold.
Leopold liep snel met Pim die Sterre in zijn armen had door het dichte bos.
“Raphael... donkere druïden.”
“Leopold! Sterre zei daarnet iets!” Pim legde Sterre op de grond. “Sterre, zeg nog iets, alsjeblieft!”
Sterre antwoordde niet. Ze werd nog steeds niet wakker.
“Weet je zeker dat het niet je verbeelding was?” vroeg Leopold.
“Nee, ik weet het zeker. Sterre zei daarnet echt iets. Ze zei Raphael en ook de donkere druïden.” Pim probeerde Sterre wakker te schudden. “Sterre, wordt alsjeblieft wakker.”
“Pim laten we maar weer verder gaan. We kijken in mijn huis hoe we haar wakker kunnen krijgen.”
Pim keek teleurstellend naar Sterre. Hij had zo gehoopt dat ze nu wel wakker zou worden. Straks bleef ze voor eeuwig zo. Nee, hij mocht er niet aan denken. Als hij zo dacht, gebeurde het misschien ook echt. Hij moest aan positieve dingen denken.
“Pim, we moeten nu echt gaan.”
“He, wat?”
“Dat we nu echt naar mijn huis moeten gaan. Sterre kan hier echt niet in een bos blijven,” zei Leopold.
“Oh, ja, natuurlijk,” antwoordde Pim en hij tilde Sterre weer op.
Na ongeveer twintig minuten doe uren leken, kwamen ze eindelijk aan bij het huis van Leopold. Daar legden ze Sterre op een bed in een kamer.
“Leopold, ik zou graag iets tegen Sterre willen zeggen. Kunt u even buiten gaan staan?” vroeg Pim terwijl hij de hand van Sterre pakte.
“Natuurlijk,” antwoordde Leopold en hij ging de kamer uit.
“Sterre, ik hoop dat je me kunt horen. Ik wil heel graag Raphael redden van de druïden, maar ik doe dat pas als jij weer wakker bent. Jij bent veel belangrijker voor mij. Iemand moet met mij op detectivetocht gaan.” Pim lachte zachtjes om zijn eigen flauwe opmerking. “Weet je, ik heb nog nooit echte vrienden gehad. De meeste leeftijdsgenoten vonden me raar, omdat ik zo vaak deo gebruikt en dat ik van speuren houd. Maar jij accepteerde alles. Komt dat misschien doordat jij ook iets zoals ik heb die de meeste mensen niet hebben?”
Opeens bewoog de hand van Sterre, die Pim niet had vastgepakt, een beetje.
Pim zag het en riep: “Sterre, hoor je mij?”
“Steencirkel...”
“Sterre? Sterre hoor je me?” Opeens voelde Pim dat Sterre hem zachtjes kneep. Het was de hand die Pim in zijn handen had.
“Leopold!” Pim liet de hand van Sterre los en wilde de kamer uit gaan om Leopold te gaan halen. Toen hij de deur opendeed, wilde Leopold ook net de deur openen.
“Ik heb je horen roepen. Wat is er?” vroeg hij.
“Sterre kneep me, ik denk dat ze mij kan horen,” antwoordde Pim.
“Pim?”
Pim draaide zich om naar Sterre. Er verscheen een lach op zijn gezicht. “Sterre! Je bent wakker! Wat was er met je gebeurd?”
“Pim, het lijkt me niet verstandig om terre nu met vragen te overspoelen. Laat haar even rusten,” zei Leopold.
“Ik weet alleen dat ik viel en dat Hubertus mij iets liet drinken. Wat er daartussen was gebeurd weet ik niet meer,” zei Sterre. Ze probeerde uit bed te komen.
Pim zei: “Blijf nog maar even liggen.”
“Ik ga wel op het bed zitten.” Sterre keek om zich heen. “Hoe kom ik hier?”
“Wij vonden jou in het huis van de donkere druïden en brachten jou naar mijn huis,” antwoordde Leopold.
“Ik had net iets gedroomd. Het leek erg belangrijk, maar ik kan het me niet meer herinneren,” zei Sterre peinzend.
“Heeft het iets te maken met Raphael, de donkere druiden en de steencirkel? Want dat zei je toen je bewusteloos was,” zei Pim.
“Raphael! We moeten Raphael redden!” Sterre sprong uit bed, maar greep naar haar hoofd en liet zich vervolgens weer op het bed zakken. “Hoofdpijn...”
“Doe het maar rustig aan,” zei Pim. “We kunnen Raphael niet redden als jij ziek wordt.”
“Hoeveel tijd hebben we nog voordat het ritueel begint?” vroeg Sterre.
“Het is nu precies half negen ’s ochtends, dus we hebben nog exact 11 uur en 26 minuten,” antwoordde Pim.
“Ik heb een idee,” zei Leopold plotseling. “Sterre, rust jij nog maar een paar uur uit. Ik haal wat te eten voor je. Pim, let jij even op Sterre? Om vier uur gaan we dan naar school. Daar zorgen we ervoor dat Raphael niet bij Hubertus en Wietteke in de buurt komt. We kijken daar wel wat we daarna met de druïden doen.”
“Oké,” zei Sterre. “Ik rust dan wel nog even uit.”
“Ja, ik haal wat te eten.” Leopold ging de kamer uit.
“Dan zal ik wel buiten op de wacht gaan staan,” zei Pim tegen Sterre en ook hij ging de kamer uit.