Zelfgeschreven Anubis Verhalen

Hoofdstuk 23: Overwin je angsten

Het was al vier uur ’s middags. Sterre was uitgerust en had ook al samen met Leopold en Pim gegeten. Ze liep een beetje traag met Leopold en Pim richting school. Omdat ze traag liep, liepen Pim en Leopold een paar meter voor haar.
Opeens begonnen Pim en Leopold te vervagen en ook de bomen om Sterre heen vervaagden. Ze maakten plaats voor duisternis.
“Pim, Leopold, waar zijn jullie?” Sterre rende door de duisternis. Ze keek om omhoog, maar de blauwe lucht van een paar minuten gelden was ook verdwenen.
“Pim! Waar ben jij? Leopold!” Sterre bleef maar roepen en roepen. Maar ze zag Pim en Leopold niet.
Sterre begon bang te worden, want waar ze ook keek, overal was het donker. Opeens verscheen in de verte een vorm die op een mens leek. Ze rende er naartoe. Als ze daar was aangekomen, zag ze dat het Raphael was. Hij speelde piano.
“Raphael! Hoe kom jij hier?” vroeg Sterre verbaasd.
Het leek alsof Raphael haar niet hoorde, want hij antwoordde niet. Hij bleef gewoon doorspelen.
“Raphael, hoor je mij?” Toen zag Sterre dat Raphael ook langzaam verdween. Sterre was weer alleen in de duisternis. Ze staarde naar de plak waar Raphael net nog piano speelde.
“Sterre!”
Sterre draaide zich met een ruk om. Daar stond Raphael weer.
“Raphael, ben jij dat echt?”
“Sterre, waarom redt jij mij niet van de donkere druïden? Waarom? Straks ben ik mijn gave kwijt!”
“Ik wil je wel redden, maar ik ben Pim en Leopold kwijt.”
Toen verdween Raphael weer en Hubertus verdween. “Wat doe jij hier? Jij hoort nu in de kelder te liggen!”
Sterre schudde haar hoofd. “Nee, laat me met rust!” Ze rende weg van Hubertus. Maar toen doemde Kai voor haar op.
“Jij zult Raphael nooit redden. Nooit!”
“Laat me met rust!” riep Sterre.
“Na Raphael komen er nog meer rituelen met Pim, Marcel of jou!” riep Kai.
“Nee! Houd op!” Sterre hield haar handen tegen haar oren. Ze huilde. “Hou op, alsjeblieft!” Ze zakte neer op de grond en bleef huilen. “Pim, Leopold, waar zijn jullie?” vroeg Sterre snikkend. “Ik ben niet bijzonder. Ik ben gewoon een eenzaam, hulpeloos meisje.” Sterre haalde Muis uit haar tas die ze bij zich had. “Muis, ik wil weg van deze donkere plek. Ik wil terug naar huis, naar mijn eigen huis. Ik wilde dat er een drankje was waardoor ik alles wat er gebeurd was zou vergeten. Ik wil niet een van de Vijf zijn en bijzonder zijn.”
“Voor mij ben je altijd bijzonder.”
“Wie zei dat?” Sterre keek om zich heen. Hubertus en Kai waren verdwenen. Wie kon het dan gezegd hebben? “Wie je ook bent, laat me met rust!”
“Sterre, overwin je angsten en geloof erin dat je een van de Vijf bent,” klonk de stem, “Dan zul je het kwaad overwinnen.”
“Wie ben je?” vroeg Sterre.
“Iemand die er altijd voor je is en vaak bij je bent,” zei de stem. “Je zult snel weten wie het is. Keer daarvoor terug naar de werkelijkheid.”
“Hoe bedoel je?” vroeg Sterre, maar ze kreeg geen antwoord terug. Plotseling voelde Sterre dat haar oogleden heel zwaar werden. Al snel deed ze haar ogen dicht.
Wanneer Sterre haar ogen weer open deed, keek ze in de ogen van een verbaasde, maar ook ongeruste Leopold en Pim. Ze keek om zich heen en zag dat ze op de grond lag van een bos.
“Eindelijk, Sterre, je bent wakker” zei Pim.
“Misschien komt het doordat je nog niet goed uitgerust was en je daardoor flauwviel,” zei Leopold.
“Ben ik flauwgevallen dan? Ik snap het niet. Ik liep met jullie door het bos en plotseling verdwenen jullie, ook de bomen verdwenen en het werd donker.”
“Het was vast een nachtmerrie,” zei Leopold.
“Nee, sommige dingen leken zo echt. Ik zag Raphael eerst, daarna Hubertus en Kai. Kai zei dat ik Raphael nooit zal kunnen redden en dat er meer rituelen volgden. Ik wilde hem niet meer horen en wilde toen ook niet meer een van de Vijf zijn. En daarna...”
“Overwin je angsten en geloof erin dat je een van de Vijf bent,” zei Pim. “Dan kunnen we het kwaad overwinnen.”
“Toen zei een stem dat ik voor hem altijd bijzonder ben en dat ik mijn angsten moest...” Sterre stopte midden in een zin en haar ogen werden opeens erg groot. “Wat... wat zei je net, Pim? Zei je wat ik denk dat je zei?”
“Ik kan niet weten wat je denkt, Sterre,” antwoordde Pim lachend.
“Maar wat zei je net toen ik mijn verhaal aan het vertellen was?”
“Dat jij je angsten moest overwinnen en je erin moest geloven dat je een van de Vijf bent. Dan kunnen we het kwaad overwinnen.”
“Overwin je angsten en geloof erin dat je een van de Vijf bent,” herhaalde Sterre.
“Ja, dat zei ik en dat we dan het kwaad...” zei Pim.
“Stop!” riep Sterre en Pim stopte met praten. Ze dacht na. De stem zei ongeveer hetzelfde wat Pim net zei. De stem zei ook dat hij iemand was die er altijd voor haar was en vaak bij haar was. Pim hielp haar vaak en was ook vaak bij haar. Maar dat wil dus zeggen dat Pim de stem was. Maar waarom zei hij dan ook dat ze voor hem altijd bijzonder was? Is hij soms...
“Nee, het was gewoon een nachtmerrie en nachtmerries zijn net als dromen niet echt.”
“Klopt Sterre, nachtmerries zijn niet echt, dus we kunnen Raphael wel redden,” zei Pim.
“En dat moeten we dan maar snel doen, want het is nu al 8 over 5 uur. De tijd dringt,” zei Leopold terwijl hij naar zijn horloge wees.
“Denk je dat je weer snel kan lopen?” vroeg Pim aan Sterre.
“Ja, als het moet wil ik ook rennen. Als ik Raphael maar kan redden.”
Het tweede deel van het antwoord van Sterre maakte een verdrietig gevoel bij Pim los. Hij schoof dat gevoel snel opzij en liep snel samen met Leopold en Sterre naar school.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Hoofdstuk 24: Verstoppertje spelen

Het was al bijna half 7 toen Sterre, Pim en Leopold bij school aankwamen. Sterre bleek toch niet zo snel te kunnen lopen zoals ze zei. Camilia had tijdens de laatste musicalles gezegd dat iedereen om 7 uur op school moesten zijn. Op school konden ze zich dan nog voorbereiden op het lied en om kwart voor 8 zou het valentijnsbal beginnen.
“We hebben nog een half uur de tijd om een goede verstopplek in het musicallokaal te vinden,” zei Pim. Hij begon met Leopold en Sterre te zoeken. Ze keken achter de gordijnen, achter de kasten, in grote kisten en op nog meer plaatsen. Maar een goede verstopplek vonden ze niet.
Opeens hoorden ze voetstappen.
“Snel, verstop je achter de gordijnen!” riep Pim iets te hard. Hij ging achter de gordijnen staan. Sterre en Leopold deden hem na.
De deur ging open en ze hoorden een stem.
“Hallo is daar iemand?” vroeg de stem.
“Het is Camilia,” zei Sterre zachtjes aan Pim.
“Hallo, je mag wel tevoorschijn komen hoor. Ik eet je niet op,” zei Camilia.
Pim en Sterre kwamen achter de gordijnen vandaan, maar Leopold bleef zich daar verstoppen. Camilia zou het vast raar vinden dat hij zich verstopte.
“Wat doen jullie achter de gordijnen?” vroeg Camilia nieuwsgierig.
“We... wilden verstoppertje door de school spelen,” verzon Pim snel.
“Ja, het was zo saai hier op school, omdat al onze klasgenoten er nog niet waren. Dus we dachten: kom, laten we eens verstoppertje door de school spelen,” zei Sterre lachend.
“Meneer Berkelaar wil dat er vandaag niemand naar het musicallokaal gaat. Dus verzoek jullie hier weg te gaan. Ga maar naar de kantine.”
“Ja, natuurlijk,” antwoordde Sterre, maar ze bleef staan.
“En, komt er nog wat van?” vroeg Camilia.
“Gaat u maar alvast, we komen er zo aan,” zei Pim. Hij zag dat Camilia verbaasd wegging. “Leopold, Sterre, we hebben niet veel tijd meer. Het ritueel begint over 36 minuten. We moeten Raphael vinden en zorgen dat hij niet bij Hubertus of Wietteke in de buurt komt en ophouden om naar een verstopplaats te zoeken.”
Pim en Sterre gingen het lokaal uit om Raphael te zoeken. Leopold bleef in het lokaal achter om de portalen die straks opengaan in de gaten te houden.
“Daar is hij!” riep Sterre na een kwartier zoeken. Ze wees naar Raphael die met Anastacia aan het praten was. “We moeten hem in de gaten blijven houden.”
Sterre en Pim bleven een tijdje op een afstand Raphael in de gaten houden.
“Het is nu al 10 voor 8. Er is nu nog niets aan de hand,” zei Pim.
“Maar ik denk dat het snel gaat veranderen,” zei Sterre angstig tegen Pim en ze wees naar Hubertus die naar Raphael liep. “We moeten hem tegen houden.” Ze liepen naar Raphael en Hubertus toe,maar opeens riep iemand hen. Het was Camilia.
“Meneer Berkelaar wil dat jullie de microfoons in het gymzaal waar het bal zal plaatsvinden even controleren of ze het wel goed doen. Dus willen jullie meekomen?”
“Waarom wij? Wij weten helemaal niets van microfoons,” zei Sterre terwijl ze naar Hubertus keek en zag dat Hubertus iets tegen Raphael zei.
“Ik snap het ook niet. Hij wilde perse dat jullie het zouden doen. Hij is het schoolhoofd, dus je kan hem niet weigeren,” antwoordde Camilia. “Zullen we gaan?”
“Nee!” Sterre zag hoe Raphael met Hubertus meeliep richting het musicallokaal. Ze trok Pim mee en wilde achter hen aan gaan.
“Pim, Sterre, jullie moeten met mij mee naar het gymzaal.” Camilia zag dat ze niet naar haar luisterden, maar verder liepen. Ze hield haar schouders op. “Wat is er toch met die twee vandaag?”
Pim en Sterre liepen stiekem achter Hubertus en Raphael aan. Ze hoorden dat Raphael aan Hubertus vroeg waarom hij mee moest. Hubertus gaf als antwoord dat Raphael een muziekstuk voor hem moest spelen. Ze gingen het musicallokaal binnen.
“Snel, we moeten achter ze aan,” zei Sterre.
“Leopold is daarbinnen, hij kan met de druïden meegaan. Dus wees maar gerust,” zei Pim.
“Nee, ik ga met de druïden mee. Ik heb een geweldig plan. Ik vertel je het wel straks. We gaan ze eerst achterna.”
Sterre en Pim keken vanachter de deur naar Raphael en Hubertus. Ze zagen dat Wietteke er ook bij was.
Pim pakte zijn voicerecorder. “De druïden hebben een vreemd zwart gewaad aan en Raphael staat bij ze. Ze hebben ook een hanger rond hun nek hangen met hetzelfde teken als op de muur.”
Plotseling zagen Pim en Sterre op het muur vlakbij de piano een teken verschijnen. Het was dezelfde teken zoals Sterre het een paar weken gelden in haar droom had gezien. De punt van het teken wees naar beneden. Opeens verscheen er een deur. Daarachter scheen licht, waardoor je de omtrek van de deur kon zien. De deur ging open en Hubertus duwde Raphael naar binnen.
“Wat is dit?” vroeg Raphael.
“Dat zul je zo wel weten. Ga maar naar binnen,” zei Hubertus en hij duwde Raphael naar voren en hij verdween achter de deur. Daarna Hubertus en als laatste Wietteke.
De deur begon langzaam dicht te gaan.
“Pim, Sterre, ga snel naar binnen voordat hij helemaal dicht is!” Leopold verscheen achter de gordijnen.
Pim en Sterre renden naar de deur. Voordat hij helemaal dicht was, konden Pim en Sterre er nog net doorheen gaan. Daarna ging de deur met een klap dicht en en verdween.
Leopold stond in zijn eentje in het musicallokaal. Het was hem alweer niet gelukt om naar de plek van het ritueel te gaan. “Succes, Pim en Sterre, Ik hoop jullie straks heelhuids terug te zien. Samen met Raphael.”