Zelfgeschreven Anubis Verhalen

Hoofdstuk 25: Rituelen, vergevingen en verliefdheden

Pim en Sterre knipperden met hun ogen, omdat het opeens weer dag was. Ze konden het niet geloven. Ze stonden midden in een bos.
“Daar lopen ze!” Sterre wees naar Wietteke en Raphael, die door Hubertus bij zijn arm meegetrokken werd.
“Je, zei dat je een plan had, wat is het eigenlijk?” vroeg Pim nieuwsgierig.
“Simpel, de uitgang vinden, Raphael meetrekken en ervoor zorgen dat we nooit meer last van de druïden krijgen,” antwoordde Sterre en ze rende achter het drietal aan. Pim rende mee.
Niet veel later kwamen ze aan bij een open plek in het bos. Pim en Sterre keken vanachter een boom naar wat er voor ze gebeurde.
Raphael moest van Hubertus op een kruk bij de piano, die op de open plek was, zitten. Rondom de piano stonden al vier druïden en Hubertus voegde zich bij hen.
Opeens begon Raphael piano te spelen. Een onzichtbare kracht nam de controle van zijn handen over. Plotseling kwam er een harde wind en blies de koptelefoon van de hoofd van Raphael. Raphael probeerde zijn oren met zijn handen te bedekken tegen al het geluid dat hij opeens hoorde, maar zijn handen hadden een eigen wil gekregen. Zij handen bleven piano spelen. Raphael schreeuwde van de pijn in zijn oren. Hij kon niet tegen hte pianomuziek.
“We moeten hem helpen. Het is vast een of andere druïdenmuziek.” zei Sterre tegen Pim.
“Hoe wil je dat doen? De donkere druïden zijn met z’n vijven.”
“Met dit,” antwoordde Sterre en ze liet zien wat ze in haar handen had. Het waren watten. “Ik wist dat dit zou ging gebeuren.” Toen ze zag dat Pim haar vragen aankeek zei ze: “Geen tijd om uit te leggen. Ik ga naar Raphael.” Sterre rende naar Raphael. Ze had maar een doel en dat was Raphael redden. Ze rende tussen de druïden naar hem toe.
Als ze bij Raphael was, stopte Sterre de watten in zijn oren. De druïden begonnen woest naar Sterre en Raphael te lopen, waardoor de betovering was verbroken. Raphael had de controle over zijn handen terug. Hij pakte snel zijn koptelefoon van de grond en rende met Sterre naar Pim. Daarna renden ze met z’n drieën door het bos met vijf boze druïden achter zich aan.
“Hoe komen we terug op school?” vroeg Pim.
Sterre bleef opeens staan en keek rond.
“Sterre, we moeten verder rennen!” riep Raphael, maar Sterre negeerde hem. Ze bleef staan, omdat ze twee bomen zag die op de een of andere manier niet echt leek. Ze liep er naartoe.
“Houd haar tegen,” klok opeens de stem van Arlene. “Anders komen we hier nooit meer weg!”
Sterre stond bij de twee bomen. Ze aarzelde maar, trok daarna haar ene handschoen uit. Ze was niet bang meer voor wat er kon gebeuren, want ze was een van de Vijf. Ze legde haar hand op een van de bomen en een lach verscheen op haar gezicht. “Raphael, Pim, ik weet hoe we hier weg kunnen. Geef me jullie hand.”
Raphael pakte haar hand zonder handschoen en Pim pakte haar andere hand met handschoen.
Sterre kreeg het warm toen Raphael haar hand vastpakte. “We moeten tussen deze twee bomen lopen. Dan komen we vanzelf thuis.”
“Houd ze tegen, ze mogen niet weggaan!” riep Arlene die nog maar op enkele meters afstand van Pim, Sterre en Raphael stond.
“Het is nu of nooit!” Sterre liep met Raphael en Pim tussen de bomen door.
“Nee!” riep Arlene die zag dat alles voor niets was geweest. Ze kon haar geliefde Ewan nooit meer zien.
Het ene moment waren Pim, Sterre en Raphael in het bos, het andere moment waren ze in het musicallokaal.
“Jullie zijn terug!” riep Leopold die de hele tijd in het lokaal had staan wachten. “Samen met Raphael.”
“Eh, ik begrijp het niet helemaal. Wat wilde Hubertus van mij?” vroeg Raphael.
Sterre begon te vertellen over Anastacia die geen zonnebril meer nodig had. Over hoe ze ontdekten dat ze de Vijf waren. Over de nachtelijke onderzoeken. Over haar droom dat ze bleek vergeten te zijn, maar dat ze het op school weer herinnerde en daarom wist wat er op het ritueel zou gebeuren en tenslotte over het ritueel.
“Dus de druïden komen nooit meer terug?” vroeg Raphael.
“Nee, Arlene zei zelf dat ze nooit meer terug konden komen,” antwoordde Sterre.
“En mijn gave, ben ik die kwijt?”
“Er is maar een manier om daarachter te komen,” zei Pim en hij pakte de koptelefoon van Raphael.
Raphael bedekte onmiddellijk zijn oren en zei: “Geef terug, ik weet meer dan genoeg.” Hij kreeg zijn koptelefoon terug en zette het op zijn hoofd. “Sterre, er is iets dat ik je de hele tijd wilde vertellen. Ik... ik ben ver...”
“Raphael, ik weet genoeg,” antwoordde Sterre en ze drukte haar lippen op de zijne. Opeens hoorde Sterre dat iemand kuchte. Het was Anastacia. Sterre deed gauw een stap van Raphael vandaan.
“Anastacia, ik ben nooit verliefd op je geweest en ik zal ook nooit verliefd op je zijn. Sterre en ik horen bij elkaar,” zei Raphael. “Ik hoop dat je je niet gekwetst voelt.”
“Ik voel me gekwetst door jullie, maar ik vergeef het jullie. Ik heb hier de hele tijd staan luisteren en mijn conclusie is dat Dingetje, sorry, ik bedoel Sterre, meer om jou geeft dat dat ik om je geef. Daarom wil ik graag dat Sterre met jou straks gaat zingen. En ik moet iets bekennen: ik kan helemaal niet zingen. Ik hoop dat jullie mij kunnen vergeven dat ik jullie zo vaak gechanteerd heb.” Anastacia draaide zich om en wilde het lokaal verlaten.
“Anastacia!” riep Sterre. Anastacia draaide zich om. “Wij vergeven het jou.”
“Daar zijn jullie!” Camilia liep het musicallokaal binnen. “Ik heb jullie overal gezocht. Anastacia, Raphael, jullie moeten nu gaan zingen.”
“Sterre gaat in plaats van ik zingen,” zei Anastacia. Camilia keek verbaasd. “U heeft het goed gehoord. Ik ga niet zingen, maar Sterre.”
“Ik snap niet waarom je dat wilt, maar goed. Sterre, Raphael, jullie zijn nu aan de beurt. Ik verwacht jullie binnen 5 minuten in de gymzaal waar het bal plaats vindt,” zei Camilia en ze ging weg.
“Maar, ik weet niet wat ik moet zingen,” zei Sterre.
“Het lied dat jij zo vaak hebt gehoord. Dat is jouw liedje. Het gaat over jou,” antwoordde Raphael. “Je zong het ook een keer toen je naar mij en Anastacia luisterde.”
“Oké, we gaan naar het gymzaal,” zei Anastacia. “Ik wil jullie horen zingen.”
“Gaan jullie maar vast. Ik moet nog iets aan Pim vertellen,” zei Sterre. Ze wachtte tot iedereen het lokaal verlaten had. “Pim, wist je nog dat ik een paar uur geleden in het bos flauwviel? Ik hoorde toen je stem. Je zei dat ik voor jou altijd bijzonder was. En vanochtend toen je tegen Leopold zei dat hij even weg moest gaan en dat je daarna tegen mij praatte?”
“Heb je gehoord wat ik tegen je zei?” vroeg Pim.
“Ja, je zei dat ik belangrijk voor je was. Ik deed toen alsof ik nog sliep, maar ik was eigenlijk al wakker.”
Pim zweeg.
“Ik weet dat je voor mij meer voelt dan alleen maar vriendschap. Maar ik ben verliefd op Raphael.”
Pim wilde weglopen.
“Pim, ga niet weg, alsjeblieft?” Ze zag dat Pim aarzelde, maar bleef later toch staan. “Ik wilde zeggen, ik wil heel graag nog steeds vrienden met je blijven. Kunnen we vrienden blijven?” Sterre liep naar Pim en stak haar hand uit.
Pim keek zwijgend naar Sterre. Opeens glimlachte hij en schudde de hand van Sterre. “Kom, we gaan naar de gymzaal. Ik wil je heel graag horen zingen.” Samen liepen ze naar de gymzaal waar de anderen al op hen stonden te wachten.