Zelfgeschreven Anubis Verhalen

Hoofdstuk 3:"Superhelden" redden

“Misschien zitten we hier wel voor altijd opgesloten.”
“Marcel, denk positief. Superhelden hebben superkrachten. Probeer jij eens die deur omver te blazen,”zei Lexie.
“Ho eens even. Ik ga nu dus niet doen alsof ik de boze wolf bent. Je weet wel als in de 3 biggetjes.”
Ze zaten al uren opgesloten in een geheim kamertje van het kantoor van Hubertus Berkelaar. Marcel wilde de in padden veranderde leerlingen redden en vroeg Lexie mee. Lexie ontdekte het geheime kamertje toen ze tegen een boekenkast leunde, waardoor het verschoof. Ze vonden daar een geheime deur. Toen ze het geheim kamertje binnengingen viel de deur in het slot.
“Oké, ik probeer voor 1 keer de deur omver te blazen,”antwoordde Marcel. “Maar als het niet lukt, dan ga ik op de grond zitten en wachten tot iemand ons bevrijdt.”
“Ja, ja, probeer het nou maar.”
Marcel blies zo hard als hij kon in de hoop dat hij de deur omver zal krijgen. “Ik kan niet meer,”zei Marcel hijgend. “Ik weet echt niet of ik wel een superheld wil worden hoor. Op deuren bonken en ze ook nog eens omver blazen. Het is voor mij te vermoeiend.”
“We kunnen dan nog lang blijven wachten op hulp. Ik denk dat alleen het schoolhoofd van dit geheim kamertje weet. Hij zal ons vast niet zo snel laten gaan,”zei Lexie.
“Het is de schuld van Heksenmeisje. Als ze de leerlingen niet in padden heeft veranderd, hoefden we ze niet te redden en zaten we hier niet opgesloten,” zei Marcel boos.
Plotseling hoorden ze twee bekende stemmen. “Het gebonk kwam hier ergens vandaan.”
“Raar dat die kast opzij is geschoven,”zei de andere stem. “Kijk Pim, hier is een geheime deur, maar het zit op slot!”
“Dat is geweldig Sterre! Het zit inderdaad op slot, maar ik kan hem wel open krijgen.”
“Dus Pim is betoverd door Heksenmeisje. Nu werken ze samen,”zei Marcel tegen Lexie. “Wacht maar Heksenmeisje. Als ik hier uit kom, krijg je met mij te maken.”
“Ja, en dan redden we samen Pim. Heksenmeisje moet Pim uit zijn betovering halen,”antwoordde Lexie.
Dan hoorden ze de twee stemmen weer:”Sterre, hoor je dat? Volgens mij is Marcel daarbinnen in die kamer.”
“Ja en ik hoor Lexie ook praten.”
“Marcel, Lexie, zijn jullie daarbinnen?”riep Pim.
“Pimmie, je bent niet betoverd door Heksenmeisje. Waarom werk je dan met haar samen?”
“Stop met het roepen van Heksenmeisje. Ik kan je bevrijden, maar ik hoef het niet. Ik maak de deur niet open als je Sterre steeds zo noemt.”
“Zie je wel, Pim is toch betoverd door Heksenmeisje,”fluisterde Marcel tegen Lexie. “Anders zou hij voor ons opkomen en niet voor haar.”
“Ik heb een idee,”zei Lexie tegen Marcel als ze even had nagedacht. “Luister.”
Lexie riep naar Pim dat zij Sterre geen Heksenmeisje meer zal roepen. Ze hoopte dat Pim hen nu wel zal bevrijden. Maar het ging niet zoals ze gepland had. Want opeens hoorden ze nog een andere bekende stem: “En wat zijn we hier van plan?”
“Eh Hubertus. Nee, ik bedoel menner Berkelaar,”zei Pim stotterend.
“Ja?”
“We hoorden stemmen en we zagen u niet, dus zijn we maar naar binnen gegaan om te kijken wie daar was, maar er is helemaal niemand.”
“Is dat zo? Waarom is die kast dan opzij geduwd?”
“Ik viel tegen de kast en daarna is hij opzij geschoven,”antwoordde Sterre snel.
“Nu we weten dat er niemand is gaan we snel weg,”zei Pim.
Marcel en Lexie hoorden dat ze weggaan. Voordat Lexie Marcel kon tegenhouden riep hij: “Pim, ga niet weg zonder mij te bevrij…” Marcel voelde een hand op zijn mond. Het was Lexie.
“Stil nou, Hubertus is…” Voordat Lexie haar zin af kon maken hoorden ze Hubertus.
“Die Pim heeft goede oren. Er is hier iemand. Twee zelfs. Twee leerlingen die in mijn kamertje zitten opgesloten. Toch Lexie en Marcel?”
Marcel en Lexie antwoordden beide niet in de hoop dat Hubertus toch dacht dat hier niemand was en dat hij weg zal gaan. Dan kon Pim hen komen bevrijden.
“Dus jullie willen niets zeggen. Jullie kunnen hier dan nog lang blijven zitten. Zonder eten of drinken!”
“Pim is mijn beste vriend en zal mij heus wel komen red…” Marcel sloeg zijn hand voor zijn mond, maar haalde het meteen weer weg. “Hier is niemand,”zei hij om de situatie nog erger te maken.
“Ik kan jullie laten gaan op voorwaarde dat jullie Pim en Sterre voor mij in de gaten zullen houden.”
“Pim is mijn vriend en ik wil hem dus niet in de gaten houden om later aan u te vertellen wat hij allemaal doet.”
“Is dat soms een nee?”
Marcel dacht na. Zijn beste vriend verraden was niet de oplossing, maar anders zal hij en Lexie dood gaan van de honger. “Goed we doen het! Laat ons dan nu vrij!”
Er werd een sleutel in het slot gestopt en de deur wordt open gedaan. Marcel en Lexie keken in de ogen van Hubertus.
“Wegwezen, maar onthoud 1 ding. Jullie gaan voor mij Pim en Sterre in de gaten houden en vertellen elke dag na schooltijd aan mij wat ze doen. Begrepen?”
Marcel en Lexie zeiden tegelijk dat ze het begrepen hebben.
“Ik heb nog een vraagje, waar zijn de padden eigenlijk gebleven?”vroeg Marcel nadat hij het kantoortje had bekeken.
“Dat zijn niet jouw zaken, dus bemoei je je er niet mee.”
Hubertus duwde Marcel en Lexie het kantoortje uit. “En niet vergeten: straks na schooltijd komen jullie aan mij vertellen wat Pim en Sterre doen. Anders zullen jullie deze jaren op school niet snel vergeten.” Hij deed de deur dicht en liep naar de geheime kamer. Daar pakte hij zijn padden. “Mijn lievertjes. Die twee onbeschofte leerlingen hebben jullie toch niet bang gemaakt?”

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 Hoofdstuk 4: Het telefoongesprek

“Raphael, zullen we straks nog even oefenen met dat liedje?” vroeg Anastacia. “Ik weet het, ik ben een natuurtalent, maar een beetje oefening kan geen kwaad, toch?”
Raphael stond bij zijn kluisje om zijn boeken te pakken. Nadat hij dat had gedaan liep hij weg zonder iets te zeggen.
“Raphael, heb je gehoord wat ik net zei?”
Raphael antwoordde niet, maar bleef wel staan.
“Je begrijpt toch zeker wel dat, als je niet met mij zingt, ik nog steeds een gesprekje met jou vader kan gaan voeren?”
“Dat was alleen voor de musical. Je zou je mond houden en ik zou een lied voor je schijven. De musical gaat niet door, dus deze afspraak ook niet.”
“Een lied schrijven voor een valentijnsbal is ook niet echt iets klassieks, of wel?”
Raphael wist zo gauw niets te zeggen. Als hij dit gesprek won, kon hij naar Sterre toe gaan en vragen of ze met hem wil zingen. Maar dan zal Anastacia naar zijn vader gaan om te zeggen dat hij geen klassieke muziek speelt.
“Dus het is geregeld?” vroeg Anastacia ongeduldig als ze zag dat Raphael geen antwoord wilde geven. “Dus jij gaat met mij zingen?”
“Goed, maar na Valentijnsdag is dit gedoe afgelopen. Jij praat met niemand, zeker niet met mijn vader, over het feit dat ik tijdelijk geen klassieke muziek speel.”
“Dat is dan geregeld.” Ze hoefde niet bang te zijn dat ze Raphael zal kwijtraken. Hij zal zo verliefd op haar worden. Anastacia liep naar Sterre en Pim die er net samen aan kwamen lopen.”Sterre, weet je het al? Raphael gaat met mij het lied zingen voor Valentijnsdag! Dat is geweldig toch?”
“Dat is heel fijn voor je. Anastacia, misschien ben je het vergeten, maar ik stond erbij toen je hem vroeg.”
“Als jullie verder praten, dan ga ik alvast naar de kantine,” zei Pim die zich een beetje ongemakkelijk voelt bij de twee meisjes. “Kom je zo ook?”
“Ja, ik kom zo ook,” riep Sterre terug.
“Sterre, heb jij al iemand om samen mee te zingen voor Valentijnsdag?”
“Nee, nog niet. Ik wil aan Camilia vragen of ik echt moet meedoen. Ik wil niet zo graag gaan zingen,” antwoordde Sterre. In haar hart wist ze dat ze dolgraag wil zingen, maar dan wel samen met Raphael. Maar dat kon niet meer. Anastacia gaat al met hem zingen.
“Als jij niet meedoet blijft er een jongen over die ook niet mee kan doen, maar die misschien wel wil zingen. Waarom ga je niet met die jongen van net, Pim?”
“Hij wil ook niet zingen. Daarom wil ik dus naar Camilia gaan om te zeggen dat Pim en ik niet willen gaan zingen.”
Anastacia ging over een ander onderwerp: “Weet je dat Raphael, nadat hij zal horen hoe mooi ik zing, zo verliefd op mij zal worden?”
“Echt?”
“Ja, hij kijkt dan diep in mijn ogen, we komen dichter bij elkaar en dan...” Anastacia zuchtte en ging verder, “Iets waarop ik al zo lang heb gewacht, de zoen.”
“Ik.. ga even naar Camilia,” zing Sterre. Ze liep weg zonder dat Anastacia het doorhad. Ze ratelde maar door. “We zijn gewoon voor elkaar gemaakt. Een perfect stel.”
Sterre wilde naar het musicallokaal lopen om Camila te spreken, maar bleef staan bij het kantoortje van Hubertus. Ze hoorde hem telefoneren.
“Ze oragniseren een valentijnsbal en daar kunnen we perfect gebruik van maken.” Hubertus luisterde naar de andere kant en zei daarna: “Ewan zal dan eindelijk weer kunnen horen wat we zeggen. Dan zal...”
“Heksenmeisje.” Sterre draaide geschrokken zich om en zag Marcel. “We zijn bevrijd, maar niet door jou of Pim, maar door een persoon die jij nooit zal raden. Ja, raad maar.”
“Eh, Hubertus misschien?”
“Hoe weet je dat?” vroeg Lexie die naast Marcel stond.
“Jij weet het, omdat je een heks bent en heksen weten alles!” riep Marcel boos en ging weg. Hij trok Lexie met zich mee.
Sterre hoorde het al lang niet meer. Ze dacht na over de laatste woorden die ze nog net kon opvangen uit het telefoongesprek van Hubertus. “Dan zal hij zijn koptelefoon nooit meer nodig hebben.” Bedoelde hij daarmee Raphael?